terug naar index
Meyland, Frank

Gent, 26.08.1920 – Gent, 31.05.1993)

Pseudoniem van de Vlaamse dichter Hubert Ascoop. Hij schreef ook als D. Raak en eenmalig onder de collectieve naam Frieda Oosterlinck (zie aldaar).
Ascoop volgde de Grieks-Latijnse humaniora aan het Gentse Sint-Barbaracollege en studeerde kunstgeschiedenis en oudheidkunde aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij was mede-oprichter van het poëzietijdschrift Podium (1942-1944) en van de Vereniging voor Katholieke Oostvlaamse schrijvers (V.K.O.S.) in 1948 te Gent. Naast ambtenaar, journalist en handelsvertegenwoordiger werd hij ook redacteur van Nieuwe stemmen (het literaire tijdschrift van de Katholieke Jongerengemeenschap, waarin hij ook actief was) en van het Nederlandse tijdschrift Roeping.
Als voorstander van wat men de nieuwe ”klassieke poëzie” noemde, schreef hij weemoedige gedichten, met een trefzekere vormbeheersing. Zijn hoogtepunt lag in de jaren 1940-1950 met bundels als Andante (1942), Gestamelde elegieën (1946, uitgebr. herdr. 1957), Mors et vita (1947) en Aendachtigh (1953, met o.a. de autobiografische “Soldatenliederen”, ontstaan tijdens zijn militaire dienst in Noord-Ierland aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. In 1962 verscheen nog Op fluistertoon, een bundel gevoels- en doodsgedichten met een sterk religieuze en zelfs mystieke dimensie.

In 1949 won ene Frieda Oosterlinck de prijs van de Poëziedagen te Merendree. Pas in 1957 werd duidelijk dat achter Frieda Oosterlinck een collectief van dichters schuilging, die besloten hadden een grapje uit te halen en de wedstrijd zowaar nog wonnen ook. De drie dichters waren Hubert Ascoop, Adriaan Magerman en Albert de Swaef.

Meyland publiceerde in 1977 ook een essay over diezelfde Vlaamse Poëziedagen. Zijn “Gestamelde elegie II” was eerder bekroond met de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen 1947.

[Frans Heymans]

Over F. Meyland