terug naar index
Molinet, Jean

(Desvres, Boulonnais, 1435 - Valenciennes, 23.08.1507) 

Hermetisch-hoofse dichter uit de school der Franse rhétoriciens, als geschiedschrijver in dienst van de Bourgondische hertogen. Zijn Chroniques zijn belangrijke bronnen voor de geschiedenis van Vlaanderen in het algemeen en van Gent in het bijzonder. Als tijdgenoot van Karel de Stoute (1433-1477), van Maria van Bourgondië (1475-1482) en van haar zoon Filips de Schone (1478-1506), was Molinet ooit secretaris en later opvolger van de Franse kroniekschrijver Georges Chastellain (1404-1475). Hij zette diens Chronique des ducs de Bourgogne (over de periode 1404-1475) voort tot 1506. Belangrijk is eveneens wat hij over Gent schreef in zijn strofische gedichten Dictier sur ceux de Gand en Récollections des merveilleuses advenues 

J. Molinet en Gent  

Volgens de Gentse historicus Victor Fris (in zijn Laus Gandae) was Molinet zo vaak in Gent dat de keren niet te tellen zijn. Molinet was getuige van enkele betere jaren onder Filips de Schone, toen Vlaanderen (uitzonderlijk) in vrede leefde met Engeland en met Frankrijk, wat voor Gent de vrijwaring van de handelsbelangen betekende.  

Molinet schreef over het huwelijk van Filips de Schone met Johanna van Aragon en Castillië en maakte  in 1500, in het Prinsenhof te Gent, de feesten mee bij de geboorte van Karel V. Vermits hij in dienst van zijn opdrachtgevers werkte, was het normaal dat hij hun daden verheerlijkte. Dat hij zijn voorkeur voor Gent en voor de Gentenaars duidelijk liet blijken, hoefde echter niet om den brode. Het is bijgevolg des te opvallender dat hij veel meer schreef over Gent dan over Brugge en dat hij – waar zulks maar mogelijk was – het Gentse verleden en de Gentse daden roemde.  

Bij de vermelding van de slag bij Gavere in 1453, waar de Gentenaars het onderspit moesten delven voor graaf Filips de Goede, herinnerde Molinet eraan dat Gent tot dan toe steeds onoverwinnelijk was geweest. Nergens stelde hij Gentenaars in een ongunstig daglicht, integendeel, hij schilderde ze af als slachtoffers van het moordend zwaard van Filips de Goede.
Wanneer Molinet beschreef hoe de Gentenaars in 1469 door Karel de Stoute werden vernederd, meldde hij met verontwaardiging hoe de hertog, “met een nooit gezien plezier” (à son plaisir, ce qui est de perpétuel recort et non oncques veu le pareil) de Gentse privileges verscheurde en versnipperde ten aanschouwe van de geknielde Gentse burgers.

[Nicole Verschoore]

Over J. Molinet: