terug naar index
Mozart, Leopold

(Augsburg, 14.11.1719 - Salzburg, 28.05.1787)  

Oostenrijkse componist en violist van Duitse afkomst, vader van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij werd geboren in het huidige Mozarthuis in Augsburg, volgde onderwijs bij de Jezuïeten en studeerde theologie aan de universiteit van Salzburg. Hij interesseerde zich echter meer voor muziek. In 1737 werd hij violist en kamerdienaar bij de graaf van Thurn en Taxis. In 1743 kwam hij als violist bij het Salzburgse hoforkest, twintig jaar later werd hij vice-kapelmeester en hofcomponist. Hier ontstond zijn eerste compositie: een zestal sonates.
In 1756 verscheen Leopolds boek Versuch einer gründlichen Violinschule, dat nog steeds geldt als één van de belangrijkste muziekboeken uit de tweede helft van de 18de eeuw. Vanaf 1760 wijdde hij zich vooral aan de (muzikale) opvoeding van zijn kinderen, waarmee hij ook op tournee ging door heel Europa. Alhoewel Leopold Mozart op muzikaal vlak in de schaduw van zijn zoon stond, schreef hij toch een groot aantal composities: kerkelijke cantates, oratoria, missen, psalmen en wereldlijke symfonieën en concerten.  

De familie Mozart en Gent  

Tijdens Leopold Mozarts eerste Europa-reis met de kinderen Wolfgang en Nannerl, waren ze één dag in Gent. Na een verblijf van ruim 18 maanden in Londen, keerden ze terug naar het vasteland. Op donderdag 5 september 1765 kwamen ze in Gent aan, ‘s anderendaags vertrokken ze naar Antwerpen.   

Tijdens hun kort oponthoud in Gent bezochten zij toch enkele bezienswaardigheden en speelden zij muziek.. Twee regeltjes in Leopolds brief van 19 september 1765 geven zijn Gentse indrukken weer:  “een grote maar niet dichtbevolkte stad”. En het dan achtjarige wonderkind Wolfgang heeft “ ’s namiddags in Gent op het orgel van de bernardijnen gespeeld”. Bedoeld is het nieuwe orgel van Pieter van Peteghem (1708-1787) dat kort voordien was voltooid en zich in de abdij van de cisterciënzers (Baudeloabdij) bevond, dicht bij de Leie (kapel Atheneum Ottogracht waar later de universiteits- en de openbare stadsbibliotheek zouden komen).
Volgens Ghislain Potvlieghe heeft de familie Mozart wellicht ook Van Peteghems atelier in de Drabstraat bezocht én het atelier van Führmann, een beroemde Duitse pianoforte- en orgelbouwer. Vaak probeerden ze tijdens hun reis het plaatselijke orgel uit, omdat zowel vader Leopold als zoon Wolfgang “de koning der muziekinstrumenten” boven het klavier verkozen.  

Één van de reisschriftjes van Leopold, gedateerd “23 april 1764 - 4 september 1765”, vermeldt (in een mengeling van Frans en Duits) ook hun logement in Gent: “à Gent / Logé à St: Sebastien. Auf dem Parade Platz./ auf dem Turm die Statt übersehen. Den Carillon betrachtet, und ein paar kürchen [sic] / besehen.” De familie Mozart logeerde dus in de schuttershof van de Sint-Sebastiaansgilde op de Kouter (naast het huidige operagebouw, waar de Stedelijke Openbare Bibliotheek gevestigd was van 1987 tot 1992 en waar nu een boekhandel is), bezocht wellicht de Sint-Baafskathedraal en beklom de toren van het Belfort. Wolfgangs oudere zuster Nannerl heeft het in haar dagboek over de imponerende torenhoogte van “driehonderd en 26 treden”. Over het bernardijnenklooster bevestigt ze, enkel de sacristie, de kapittelzaal, de discussiekamer en de tuin te hebben bezichtigd.
Beiaardspecialist Frank Deleu noemt de expliciete vermelding van de Gentse beiaard geen verrassing: de Mozarts waren vertrouwd met het automatisch klokkenspel in Salzburg, maar maakten in Gent voor het eerst kennis met de beiaard als een echt muziekinstrument, dat met handen en voeten bespeeld werd. Gent bezat in de achttiende eeuw internationale faam als orgelstad. 

[Jean-Paul den Haerynck]

Over Leopold Mozart: