terug naar index
Multatuli

(Amsterdam, 3.03.1820 - Nieder-Ingelheim 19.02.1887)

Pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, Nederlands prozaïst, dichter, toneelschrijver, denker en redenaar. Beroepshalve was hij jarenlang ambtenaar in Nederlands-Indië (thans Indonesië). In 1856 klaagde hij een inlands hoofd in Lebak formeel aan wegens machtsmisbruik tegen de arbeiders. Dit protest werd genegeerd: er veranderde niets aan de benarde situatie van de arbeiders en hij, Douwes Dekker, werd zélf overgeplaatst. Daardoor ontgoocheld nam hij nog in hetzelfde jaar ontslag.  

Zijn eerste roman, Max Havelaar, of De koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij (1860) was een felle aanklacht tegen het Nederlandse koloniale beleid. Het boek verscheen onder het pseudoniem Multatuli (naar het Latijn multa tuli, d.i. “ik heb veel gedragen, geleden”). Het zorgde voor beroering in de nationale politiek maar zijn non-conformistische en emanciperende inhoud sloeg onmiddellijk aan in Nederland en drong daarna geleidelijk door in Vlaanderen. Ook vandaag nog wordt de Max Havelaar geregeld heruitgegeven en blijft het boek – zeldzaam voor geschriften uit die tijd! – boeiend en vlot leesbaar. 
Van zijn ander werk vermelden we Minnebrieven (1861) en de zeven bundels Ideeën (1862-1887). In dit laatste zijn ook het toneelstuk Vorstenschool en het autobiografische De geschiedenis van Woutertje Pieterse opgenomen. Zijn omvangrijke oeuvre werd uitgegeven in Volledige Werken (1950-1995, 25 delen). 

Multatuli en Gent  

Na enkele succesvolle voordrachten in Antwerpen, nodigde de dichter en flamingant Julius de Geyter hem uit voor het negende Nederlands Letterkundig Congres te Gent, in 1867. Door zijn deelname hoopte de Nederlandse auteur zijn voortdurende geldproblemen op te lossen. Hij verklaarde ook mee te willen werken met de vrijzinnige vleugel van de Vlaamse Beweging. In talrijke Brieven, onder meer aan zijn vrouw Tine en aan Max Rooses (secretaris van het congres) weidde hij uit over zijn verblijf en zijn ervaringen in Gent.
In zijn Gedenkbladen (1898) beschreef Willem Rogghé een ontmoeting (in zijn boekhandel aan de Kalandeberg) van Multatuli met de Nederlandse schrijver Jacob van Lennep, tijdens de congresdagen. Beiden hadden enkele jaren eerder in onmin geleefd. Door toedoen van Van Lennep was de eerste editie van de Max Havelaar  “gecensureerd”: zo waren onder meer alle in het manuscript voluit vermelde eigen- en plaatsnamen gedeeltelijk of geheel vervangen door puntjes. Bovendien was de verkoop van het boek – wegens een erg hoge prijs – niet verlopen zoals Multatuli had gehoopt. En ten slotte hadden beiden tot 1863 een conflict over het eigendomsrecht van het boek uitgevochten, vergeefs voor Multatuli. 

Het meest opzienbarende optreden van Multatuli in Gent, vond plaats bij de opening van het reeds genoemde congres, op 19 augustus 1867, in het liberale Van Crombrugghe’s Genootschap (aan de Huidevetterskaai). Na zijn voordracht over Het recht om een gevoelen af te keuren werd Multatuli aangevallen door de Utrechtse hoogleraar G.W. Vreede die te laat en enigszins dronken de zaal binnengekomen was. Vreede, die de toespraak maar ten dele had gehoord, vermoedde ten onrechte dat de felle toejuichingen voor de redenaar het gevolg waren van een zoveelste aanklacht tegen Nederland en zijn koloniale politiek. Op dat voorval werd uitvoerig en verdeeld gereageerd in de kranten: vooral de clericale pers greep de gebeurtenis aan om het gehele congres in een negatief daglicht te plaatsen.
Vooral die voordracht – er waren toen 1300 Gentse werklieden aanwezig (“vurige, moedige mannen”,  beklemtoonde de schrijver in een brief aan Tine) – inspireerde een aantal socialistische arbeiders tot het oprichten, in 1874, van een toneelkring (die in 1877 Multatuli’s kring en later Multatulitheater werd genoemd). 

In 1869, twee jaar na het congres, gaf Multatuli nog enkele lezingen in Gent, voor het Van Crombrugge’s Genootschap en voor het Willemsfonds.    

In 1987, bij de honderdste verjaring van Multatuli’s overlijden, werd door het Multatulitheater een uitgebreide herdenking opgezet. In een regie van Eddy Verreycken brachten ze zelf de Minnebrieven op scène. Herman Verschelden (van theater Malpertuis uit Tielt) publiceerde De roeping van de mens : redevoering gedistilleerd uit de geschriften van Multatuli : 1820-1887. Door zijn overtuigende vertolking daarvan deed hij de figuur van Multatuli opnieuw herleven in de theaterzaal van het Van Crombrugghe’s Genootschap.

[Joël Neyt]

Over Multatuli: