terug naar index
Neirynck, Freek

(Freddy, Tielt, 10.10.1949 - ; schreef ook onder het ps.Straatloper en Amaat Heur) 

Veelzijdig man: journalist, auteur (van toneelwerk, scenario’s, verhalen en strips) en bedrijvig theaterman (als dusdanig acteur, organisator en regisseur). 

Als journalist was hij zowel actief in de geschreven pers (o.a. Vooruit, Knack, KRO-gids, Provinciaal Zeeuwse Courant) als voor de VRT (radio én tv) en leverde hij voor (internationale) vaktijdschriften bijdragen over theater en figurentheater. 

In 1970 stichtte hij zijn eerste gezelschap, Toneellaboratorium, dat experimenteel theater bracht. Een jaar later volgde Toneelboetiek, met amateurs maar toch goed voor jaarlijks 50 à 80 voorstellingen. Bij beide groepen was hij zowel auteur, regisseur als acteur. 

Een (groot) hoofdstuk apart vormt zijn binding met Theater Taptoe. In 1973 werd hij voor het eerst als regisseur gecontacteerd door Luk de Bruyker van het  toenmalige Marionettentheater Taptoe. Vanaf 1975 werd hij huisauteur en in 1978 nam hij bovendien officieel de artistieke leiding van het gezelschap op zich, functie die hij zou blijven bekleden tot november 2003. Mede onder zijn leiding werd Taptoe in 1994, 1995 en 1997 Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen.
Behalve voor Taptoe deed hij ook regies voor Créa Théâtre in Doornik en voor historische producties in opdracht van de steden Gent (zie verder), Brussel, Willebroek. Bij dat alles was hij medestichter (1989) en afgevaardigd beheerder van het Europees Figurentheatercentrum (EFTC) waarvan hij momenteel nog artistiek coördinator is. 

Als auteur waagde hij zich wel eens aan gedichten (Inaugurasie, 1969), schreef hij televisiescenario’s (o.a. Alfa Papa Tango), het script voor de radiodramareeks Het Koekoeksnest, kinderboeken als De kid : uit het leven van Charlie Chaplin (1991), cursiefjes, essays en stripverhalen.  

Zijn belangstelling gaat echter in de allereerste plaats naar het schrijven voor theater. Voor Taptoe “leverde” hij meer dan 50 stukken; de belangrijkste daarvan zijn Thomas zit te dromen in de klas (1981), Karel en Elegast (1987), Hemel! (1991 samen met Daniël Billiet; in 1991 als verhalenbundel gepubliceerd) en Genoveva zoo kuisch, zoo pure (1998). Hij lanceerde de term “biodrama”, het theaterequivalent voor een literaire biografie. 

Bij dat alles leeft en schrijft Neirynck onder een dubbel motto, namelijk “In al mijn geschriften wil ik de binding met de mens beklemtonen” (geïnspireerd door Louis Paul Boon) en “ni dieu, ni Führer, ni maître!”. 

Voor het engagement in zijn literair werk voor kinderen en volwassenen werd hem in 1976 de Louis Paul Boonprijs toegekend. In 1977 kreeg hij voor Hé Harlekijn je touwtjes zijn los de Oost-Vlaamse provinciale Paul de Montprijs voor toneel. Zijn vernieuwende dramaturgie in het figurentheater leverde hem het Koninklijk Landjuweel voor poppenspel op. In 1985 ontving hij de West-Vlaamse provinciale prijs voor het cursiefje. De Stad Gent bekroonde zijn toneelstuk  Vader Anseele (1987) met haar letterkundige prijs. In 1983 kreeg hij de Wim Verbekeprijs voor jeugdtheater. De meest prestigieuze waardering viel hem in 2001 te beurt, toen hij in Cervia (Italië) de Sirena d’Oro kreeg, d.i. de hoogste Europese onderscheiding voor figurentheaterdramaturgie.

Hij is voorzitter van Honest Arts Movement (HAM), ambassadeur van de Gentsche Sosseteit (een a-politieke vereniging die de eigen Gentse moedertaal in stand tracht te houden en te promoten) en lid van de Wereldraad van de Union Internationale de la Marionette (Unima). 

Freek Neirynck bezit de belangrijkste figurentheaterbibliotheek in Vlaanderen, te raadplegen na afspraak.

F. Neirynck en Gent 

Op eenjarige leeftijd kwam hij vanuit het West-Vlaamse Tielt met zijn ouders naar Gent wonen, in de volkse wijk de Brugse Poort. Hij noemt zichzelf graag “adoptief Gentenaar”.  

Als student en in zijn rebelse jaren woonde hij in het toen nog volkse Patershol. Momenteel woont hij in de multiculturele Bomastraat. Het sociaal engagement in zijn literair werk valt nooit ver te zoeken.

In 1974 gaf de Stad Gent hem de opdracht om tijdens de Gentse Feesten een reeks middaggesprekken te leiden in het kader van het festival van het amateurtheater. Gestart in 1975 onder de naam “Literair aperitief”en vanaf 1981 “Artistiek aperitief” genoemd, is Freek Neirynck er vandaag nog altijd de gespreksleider van.  

De historische evocatie Gravensteen, burcht van eeuwen (1980) kwam eveneens tot stand op verzoek van de stad, dit keer naar aanleiding van de viering van 800 jaar Gravensteen. Hetzelfde deed zich voor met De zeer schone miniatuur van juffrouw Symforosa, begijntje (1984), geschreven voor de viering van het jaar van de begijnhoven. 

In 1989 kreeg hij andermaal een opdracht in het kader van de Gentse Feesten: te zorgen voor een culturele injectie met theater op straat. Het werd het International Puppetbuskersfestival alternerend met Figeuro in het voormalige Caermersklooster, in de Trommelstraat en op centrumlocaties in de stad.  

In datzelfde jaar schreven en speelden Neirynck en Walter Ertvelt in opdracht van de Dienst Cultuur van de stad Gent ter gelegenheid van de 25ste sterfdag van Jean de Kremer De hand van Jean Ray in het Maurice Maeterlinckkabinet van het Museum Arnold Vander Haeghen in de Veldstraat, waar toen ook een expo de aandacht vestigde op deze Gentse grootmeester van de fantastiek (zie ook in het lexicon onder Jean Ray).

Een nauwe samenwerking was deze met het Gentse Museum voor Industriële Archeologie en Textiel. In de loop der jaren gaf het MIAT een aantal schrijfopdrachten voor volkse historische spektakels, alle aansluitend bij tentoonstellingen van het museum: A la vapeur … dat heet progrès (1985), Nen Bruudoorlog (1986), Ne Genteneere called Baekeland (1987), Pruuke Dossche (1989) en Lieven Bauwens, volksheld met volksgeld (1995). 

Enkele van zijn vele theaterstukken draaien rond het leven van bekende Gentenaars: De Roste Wasscher (1976, met Romain Deconinck, tevens uitgegeven als stripverhaal, geheel in het Gentse dialect), Lène Maréchal, de revue van een proeverigge (1983), Vina Bovy, de pêle-mêle van een operadiva (1984) en Vader Anseele (1986).  

Alweer met Luk de Bruyker richtte hij omstreeks 1993 een tweede gezelschap op, ‘t Spelleke van Drei Kluite, om hun meer volkse en politiek satirische theaterwerk in onder te brengen. Zo werd Neirynck de vaste “tekstfournisseur” voor Pierke Pierlala.

[De redactie, naar Béa Migom]

Over F. Neyrinck: