terug naar index
Nowé, Jeanne

(Gent, 03.12.1894 - Bayreuth, 28.08.1965 ; ps. van Jeanne Vander Stegen)  

In Gent geboren en getogen Franstalige schrijfster van psychologische verhalen en romans. Haar vader Jules Vander Stegen (voordien het onwettig kind Jules de Cavel) was directeur van de NV La Lys. Hij volgde daarmee Jeannes grootvader Henri Vander Stegen op, die zich in de eerste helft van de negentiende eeuw in dezelfde textielfabriek had opgewerkt van kleine metaalarbeider tot meestergast en tot technisch directeur (vanaf 1868). Jules’ broer Alfred werd burgemeester van Gent (1921-1946).
Tijdens haar jeugd woonde Jeanne aan de Leiekaai (“La Lys”), maar verbleef vaak op het nieuwe domein van haar vader in Mariakerke. Na haar huwelijk met de Gentse conservator en archivaris Henri Nowé woonde zij vanaf november 1919 in de Holstraat en vanaf maart 1927 in de Krijgslaan.

Bij de Gentenaren die over hun stad hebben geschreven verdient Jeanne Nowé met haar roman Les Hamelinck: chronique de Maria (1965) bijzondere aandacht. Deze postuum uitgegeven, meeslepende familiesaga speelt zich af te Gent en zou zeker meer bekendheid hebben verworven ware ze in het Nederlands geschreven. De auteur vertelt vlot in een klassieke taal, is voortreffelijk gedocumenteerd, sociaalkritisch en in staat psychologisch onvergetelijke personages levend voor te stellen.

De vroege romans van Nowé, over verliefdheid, feminisme en de problematiek van de burgerlijke familie, bereikten nog niet hetzelfde niveau. Alleen in Saint-Christophe en Halatte (1959) schreef zij al met stijl en gerijpt talent. Met bijna Angelsaksische schrijfvaardigheid tekende zij hier karakters, verwachtingen, strijd en lotsbestemmingen die door hun kracht de roman over de Gentse Hamelincks aankondigden.

Haar eerste romanthema’s waren weliswaar tekenend voor de vrouw uit de burgerij in de jaren ’30 en ’40 van de twintigste eeuw: aarzelend tussen traditionele remmingen en pogingen tot emancipatie, vechtend met twijfels en schuldgevoelens. La sonate en la (1937) bracht het portret van een oudere musicienne, Amitiés (1948) dat van een troosteloze weduwe, L'enfance d'Andrée Dalès en het vervolg Andrée Dalès (1950) dat van een jonge pas gescheiden vrouw die naar Parijs trok om te ontsnappen aan het strenge milieu waarin zij leefde. Daar, in Parijs, ontmoette zij een man van wie zij, vrije vrouw, een kind wilde dat alleen haar zou toebehoren.

J. Nowé en Gent: 

In de proloog van Andrée Dalès kaderde Nowé op voortreffelijke wijze hoe haar alter ego de stad Gent ervaart: een anachronisme van middeleeuwse torens tussen fabrieksschouwen, een stad van kunst maar vooral van de industriële omgeving van haar jeugd. Het is duidelijk dat ze haar eigen sensaties en emoties gebruikte als ingang tot het verhaal: de klemtoon ligt op de confrontatie met de geluiden en geuren van de industriestad (fabrieksirenes, chichorei- en luciferfabriekjes, vochtig linnen en dampend kanaalwater) en op de angst van de burgerij voor wilde stakingen en socialistische revolutionairen.

In Histoire d'Edith (1953) waren het morele, sociale en sentimentele problemen die de schrijfster aanzetten om het verhaal van de liefde tussen een diep gelovige vrouw en een vrijzinnige dokter te ontwerpen. Hierin speelt de Gentse context nauwelijks een rol. Pas na deze pennenvruchten van eerder documentaire waarde werd Nowé als schrijfster genietbaar, zij was een vrij begaafde vertelster.

Nowé’s meest Gentse roman is Les Hamelinck : chronique de Maria. Men vindt er beschrijvingen in van het huis in de Veldstraat, waar de familie van vaderszijde in 1909 woonde, precies waar zich later de Ancienne Belgique zou vestigen. Ook de winkel van de familie van moederszijde, in de Koestraat, evenals een latere woning in de Sint-Pietersnieuwstraat worden duidelijk getekend. Het verhaal (een kanjer van 456 pagina’s) speelt zich decennialang in Gent af. Het is vooral boeiend omdat de roman door zijn kwaliteit op zichzelf een wonder mag heten. Het is een absolute must voor Gentse Balzac-aanhangers.

[Nicole Verschoore]

Over J. Nowé: