terug naar index
Richelieu van Londersele, Roel

(Ninove, 30.06.1952- )

Auteur van poëzie, verhalen, romans en essays, vertaler en etser-schilder. Beroepshalve is hij leraar in Gent en docent voordrachtkunst in Ieper.
Geboren als Raoul van Londersele koos hij aanvankelijk als schrijversnaam (pseudoniem) voor de vernederlandsing van zijn voornaam en de toevoeging van “Richelieu”, naar de Franse kardinaal.

Hij was oprichter, hoofdredacteur en uitgever van het literaire tijdschrift Koebel (1971-1982), waarin belangrijke tijdgenoten als Eriek Verpale, Miriam Van hee en Luuk Gruwez debuteerden. Hij was ook redacteur van Restant en Poëziekrant.
Als dichter debuteerde hij met de ironisch-romantische bundel Marie SansToilette (1973). Later volgden o.m. Mijn geboomde vader (1980), Een nagelaten liefde (1984) en Invoelen (1988). Voor laatstgenoemde bundel werd hem de literaire prijs van de stad Gent (1988) toegekend. Zijn in 1995 uitgegeven Verzamelde gedichten : een keuze 1973-1995, beleefde meerdere herdrukken.
Na het winnen van de Louis Paul Boon-prijs (voor kunstenaars die met hun werk het sociale engagement van Boon illustreren) van Honest Arts Movement in 1992 las Van Londersele een selectie gedichten in op cd. Van zijn dichtbundel Een mens op de bodem (2001) werden twee muzikale poëzieprogramma's gemaakt. Daarin treedt hij op met gitarist Juan de Granero of met zanger-pianist Luc Callaert.

Van hem verscheen ook een opmerkelijk essay over de blinde Vlaamse dichter Marcel van Maele, There is a method in his madness, en grafisch werk in bibliofiele edities, zoals Boonportret (1979). Richelieu van Londersele is vooral bekend als dichter maar hij schreef ook surrealistische verhalen (Gruwelijke vertellingen, 1976) en de groteske allegorie De dubbele mannen (1982). In De overtocht (1995) bracht hij de transatlantische droom van zijn grootvader in beeld. Nog duidelijker historisch gekleurd en gedocumenteerd was De vriend van Vesalius (1997), het verhaal van een uitzonderlijke relatie temidden van de gruwelen van de 16de eeuw.

Vanaf 2004 begon hij, onder zijn verkorte familienaam Londersele, ook detectiveromans te schrijven die zich (deels) in Gent afspelen, zo Onzichtbaar (2004), over een Gentse BOB-commandant die tijdens een onderzoek met de maffia en met huurmoordenaars te maken krijgt, en Het laatste lijk (2006), waarin ook weer een huurmoordenaar een rol speelt. De vernietiging van Einstein (2008) is een literaire thriller over een aanslag op Albert Einstein in 1933 in De Haan.

R. Richelieu van Londersele en Gent

Hij studeerde Germaanse filologie aan de Gentse universiteit. In 1973, na zijn studies, bleef hij in Gent wonen, eerst aan de Isabellakaai, en vanaf 1975 officieel aan de Kattenberg en sedert 1978 in de Buffelstraat. Beroepshalve is hij leraar Nederlands en verbale expressie aan het Koninklijk Atheneum in de Voskenslaan.
In 2003 werd hij benoemd tot eerste stadsdichter van Gent. In die functie schreef hij historisch getinte gedichten over Gent en de Gentenaars en voor het jaarlijkse culturele evenement OdeGand. Daarnaast maakte hij verzen voor het Gentse kindermuseum de Wereld van Kina en in opdracht van het Poëziecentrum (voor de verhuizing naar Het Toreken aan de Vrijdagmarkt). Datzelfde Poëziecentrum presenteerde Richelieu’s Gent in gedichten in 2005 in een bibliofiele doos op posterformaat, in een calligrafie van leden van het Gentse Dienstencentrum De Regenboog. Daaraan werd ook het gedicht Toen ik klein was en onder tafel woonde toegevoegd, uit Een jaar van september (1992); het werd in brons vereeuwigd door de Gentse keramist-kunstenaar Marf en als “statie” in de Gentse Poëzieroute aangebracht aan de voet van het Belfort (kant Sint-Baafsplein). Marf visualiseerde ook Richelieu’s verzen voor het Monument voor verdwenen personen (achter het Gravensteen), op het marktplein in Zwijnaarde en in De Campagne in Drongen (over de jezuïeten-novicen). In de Gentse bibliotheek aan het Zuid is begin 2009 nog zijn bladwijzergedicht Ik heb je ontmoet op bladzijde een op een spandoek aangebracht. Als gastauteur op Gentblogt publiceerde hij een treffende prozaimpressie van de Prondelmarkt bij Sint-Jacobs.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over R. Richelieu van Londersele:

•  Guy van Hoof: Nieuwromantische poëzie in Vlaanderen (1981), vooral p. 45-49
•  Yves T’Sjoen: Verzamelde gedichten van Roel Richelieu van Londersele, in: Ons erfdeel, jrg. 40 (1997), p. 266-269
•  Yves T'Sjoen: Woorden in kleine bootjes, in: Poëziekrant, jrg. 2001, nr. 4, p. 69-72
•  Fred Braeckman: Stadsdichter wordt misdaadauteur, in: De Morgen, 17.03.2004
•  Documentatiemap in de Stedelijke Openbare Bibliotheek en in het Poëziecentrum
•  Londersele, Roel Richelieu van Londersele, zie internet http://users.skynet.be/fa577165/. Homepage van de auteur
•  Roel Richelieu van Londersele , zie internet: http://www.xs4all.nl/~rikbradt/rrvanlondersele/RoelRichelieuVanLondersele.html