terug naar index
Sarton, George

(Gent, 30.08.1884 - Cambridge, V.S.A., 22.03.1956) 

Internationaal befaamd wetenschapshistoricus, vader van de Belgisch-Amerikaanse schrijfster May Sarton. Hij publiceerde ook onder het pseudoniem Dominique de Bray.
Pas afgestudeerd vatte hij in 1912 het plan op om een interdisciplinaire geschiedenis van de wetenschappen te schrijven; hij stichtte de wetenschapstijdschriften Isis (1912) en Osiris (1936) en publiceerde een 5-delige Introduction to the history of science (1936). In 1914 vluchtte hij naar Londen. Het jaar nadien reisde hij door naar New York en vond met de hulp van Gentenaar Leo Baekeland werk aan de George Washington University. Vanaf 1916 doceerde hij aan Harvard, in 1918 werd hij ook onderzoeker aan het Carnegie Institution in Washington. In 1919 en 1924-1925 verbleven de Sartons nog enige tijd in België.  

G. Sarton en Gent

George groeide als enig kind op in een somber huis tegenover de Sint-Michielskerk. Hij volgde Grieks-Latijn in het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht, was in 1902 ingeschreven aan de RUG (Letteren en Wijsbegeerte) maar koos na een sabbatjaar van meditatieve zelfstudie en lange wandelingen door Gent, uiteindelijk voor de Wetenschappen. Bij het vrijzinnige studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan leerde hij Irénée van der Ghinst kennen en sloot zich met hem aan bij het linksere Ter Waarheid van Julius MacLeod, waar hij ook Hendrik de Man en aanhangers van de Vlaamse Beweging zou vinden. In 1905 ontmoette hij op een Anseelemeeting in de Minard de Brusselse dichter-filosoof Raymond Limbosch, van wie hij de levenslange mentor en vriend bleef.
De jonge Sarton publiceerde ca. 1903 zijn Songerie N° VI : notamment sur le bonheur et la gloire. A. Vandeweghe (Nederkouter) drukte Une vie de poète in 1905. Onder het pseudoniem Dominique de Bray verscheen in 1909 La chaine d’or, een literair opgepoetste morele verhandeling, beïnvloed door het rationeel socialisme van Colins de Ham. Gentse locaties inspireerden het dialogiserende betoog: de Drie Leien in Drongen, de fabriek Le Lys, het Bijlokehospitaal, de eerste beroepsverenigingen in Ons Huis…
George Sarton stichtte in 1905 ook de idealistische Gentse groep Reiner Leven, die vergaderde in Café De Tempérence (Bagattenstraat) en waarvan een interessante schets voorkomt in Johan Daisnes roman Lago Maggiore. In 1908 behaalde Sarton de zilveren lauriertak van de Stad Gent, in 1910 werd hij voorzitter van de Gentse socialistische studentenvereniging. In Het Pand had hij een studeerkamer en leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen, de Engelse kunstenares Eleanor Mabel Elwes (1878 – 1950). Zij maakte deel uit van een literair-artistieke kring van jonge ondernemende feministes, De Flinken /Les Courageuses, waarmee Reiner Leven later samenging. Kort na de eeuwwisseling oefende de artistieke en sociale mix van De Flinken en Reiner Leven grote invloed uit op de ideeënwereld van een nieuwe generatie.  

De Sartons vestigden zich in Wondelgem, in een paradijselijk landhuis in de Botestraat, dat door dochter May Sarton beschreven is in I knew a phoenix. George ontsnapte na de inval van de Duitsers in 1914 ternauwernood aan de Wehrmacht en moest zijn wetenschappelijke notities verbergen in de Banque de Flandre en in de Wondelgemse tuin. De Sartons verlieten Wondelgem op 12 oktober 1914. In 1919 keerden ze kortstondig terug naar België en verbleven afwisselend in Wondelgem en in het buitenhuis van Limbosch-Dangotte in de Drongense Assels. Sartons correspondentie met zijn Gentse vrienden (de familie Thiery, jeugdvriend Irenée van der Ghinst, Karel van de Woestijne en Richard Minne) wordt bewaard in de Houghton Library. 

Blijvende aandacht 

Sartons vijfdelige Introduction to the history of science geldt nog steeds als een standaardwerk. Eén van de kraters op de maan is daarom naar hem genoemd. In 1984 werd hij in Gent herdacht met twee tentoonstellingen en een colloquium aan de universiteit. Op 28 november 1986 werd daar ook de George Sarton Leerstoel voor de Geschiedenis van de Wetenschappen opgericht. Achilles Gautier vulgariseerde Sartons ideeën in zijn toneelstuk Na ’84.  

[Jean-Paul den Haerynck]

Over G. Sarton: