terug naar index
Thiry, Antoon

(Leuven, 08.09.1888 - Antwerpen, 13.07.1954)

Uitgever en schrijver van romans en novellen.
Vanaf 1898 woonde hij in het Lier van Felix Timmermans, de auteur met wie hij zou beschouwd worden als de meest typische vertegenwoordiger van de Vlaamse zgn. “kleine stadsnovelle”. In 1911 debuteerden beiden met hun gezamenlijke bundel Begijnhofsproken. Later zouden zij hun co-auteurschap nog herhalen. Vermits Thiry veel van zijn verhalen in de geest van Timmermans’ werk schreef, werd hij algemeen diens epigoon, navolger, genoemd.
Tot Thiry’s meest gekende werken behoren Het schoone jaar van Carolus (1920) en Het hofken van Oliveten en VII  andere verhalen van simpele menschen (1924).

A. Thiry en Gent

Het gezin Thiry verhuisde in 1908 van Lier naar Gent en woonde hier tot 1918 aan de Eedverbondkaai. Antoon studeerde er voor regent in de Rijksmiddelbare Normaalschool aan de Bisdomkaai, waar zijn vader huismeester was. In 1916 werd hij leraar aan dezelfde school.

Hij was redacteur bij De Goedendag, tijdschrift van het Verbond van Vlaams Studenten dat van 1891 tot 1914 (met onderbrekingen) in Gent werd uitgegeven. Hij engageerde zich in het radicaal activisme. Met zijn echtgenote voerde hij het administratieve beheer van het tijdschrift Bestuurlijke scheiding [bedoeld was: van België] dat in 1914 verscheen en gevestigd was in het Vlaams Huis op het Sint-Baafsplein. Uit de redactiekring van dat tijdschrift groeide de politieke beweging Jong Vlaanderen die in 1915-1916, eveneens te Gent, De Vlaamsche Post uitgaf. Uit vrees voor de naoorlogse repressie week hij eind 1918 (samen met Timmermans ten andere) uit naar Nederland. In België werd hij bij verstek ter dood veroordeeld. Pas in 1929 keerde hij terug, naar Mortsel dan, en stichtte er de eenmansuitgeverij Die Poorte.

Het literaire werk van Thiry vertoont slechts weinig sporen van Gent. In Het hofken van oliveten... duikt (in het vierde verhaal, Het verdoolde dichterke) even een typisch Gents stadsgezicht op: dat van de blauwe torens, de fabrieksschouwen en het Gravensteen. Ook de opkomst van de socialisten als reactie op de uitbuiting door de katoenbaronnen, wordt even aangehaald.

[An Claes]

Over A. Thiry: