terug naar index
VALéRY, Paul

(Sète, Frankrijk, 30.10.1871 - Parijs, 20.07.1945)

Eigenlijk Ambroise-Paul-Toussaint-Jules Valéry. Frans dichter, essayist en denker. Hij werd geboren in het meditterane Sète, studeerde rechten in Montpellier en verhuisde al op jonge leeftijd naar Parijs om een dichterscarrière uit te bouwen. Hij nam er deel aan het literaire salon van Stéphane Mallarmé en publiceerde poëzie in Franse avant-garde tijdschriften. Hij huwde in 1900 en werkte bij het Ministerie van Oorlog en als secretaris van een nieuwsagentschap. Valéry verloor tijdens de Duitse bezetting in W.O.II zijn baan in Nice vanwege zijn stellingname bij de dood van de joodse filosoof Henri Bergson en werd lid van het Front National de la Résistance.

In 1892 besloot Valéry zich te distantiëren van elke vorm van literatuur en sentiment. Hij wijdde zich twintig jaar lang aan de studie van wiskunde, filosofie en taal en noteerde zijn soms verbluffende ideeën vóór ze in de linguïstiek en literatuurwetenschap gemeengoed werden; ze verschenen pas in 1945 in 29 delen als Cahiers (1973-1974 herdrukt in de prestigieuze Pléiade-reeks; Nederlandstalige selectie door Jan Fontijn, 2017). 
Zijn bekendste proza was de novelle La soirée avec Monsieur Teste (1896, Nederlandse vertaling Meneer Teste, in1973, en preciezer in 1995). In 1912 overtuigde André Gide hem om zijn verspreide verzen uit te geven: de poëtisch-dramatische monoloog La jeune parque (1917, De jonge schikgodin) werd in 1920 gevolgd door het Album de vers anciens en in 1922 door de ontzettend populaire bundel Charmes. Hoewel ook zijn lange gedicht Le cimetière marin (1920, Nederlandse vertaling Het kerkhof bij de zee, 1987) algemeen bekend werd, wijdde Valéry liever zijn aandacht en beschouwingen aan het schrijfproces zelf dan aan afgeronde teksten, getuige Wat af is, is niet gemaakt (1987).

De laatste twee decennia van zijn leven reisde hij door Europa, gaf lezingen en schreef talloze essays over schilderkunst, dans en poëzie. In 1925 werd hij verkozen in de Académie Française en in de jaren 1930 werd hij een tiental keer kandidaat voor de Nobelprijs Literatuur genoemd, maar kreeg die uiteindelijk nooit. In Montpellier werd een universiteit naar hem genoemd en het museum van zijn geboortestad organiseert jaarlijks ‘Les journées Paul Valéry’. Hij wordt tot de belangrijkste symbolistische dichters van Frankrijk gerekend en kreeg er op 24-25 juli 1945 op aandringen van generaal De Gaulle een staatsbegrafenis; zijn graf bevindt zich echter in zijn geboorteplaats Sète, dicht bij de zee.

P. Valéry, Émile Verhaeren en Europa

Hoewel Valéry eerst zelf aangaf het werk van de Belgische symbolist Émile Verhaeren slecht te kennen, werd hij naderhand een vurig bewonderaar van diens werk en van het Belgisch symbolisme. Op 24 februari 1896 nam hij deel aan het Verhaeren-hommagebanket in Parijs (d’Harcourt) dat door het Belgisch tijdschrift L’art jeune was georganiseerd, gelijktijdig met het eerbetoon in Hôtel Métropole in Brussel. Omstreeks 1900 ontmoette hij Verhaeren enkele keren in levende lijve. Na de Duitse invasie in België in 1914 zou Valéry zich ook bijzonder ongerust tonen over het lot van Verhaeren. Op 10 november 1927 hield Valéry de inhuldigingsrede bij de buste van Émile Verhaeren in de tuin van Saint-Séverin, in naam van de Académie Française (zie bibliografie). Het beeld was gemaakt door César Scrouvens en werd door het Comité franco-belge aan de stad Parijs aangeboden.

Na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, plaatste Valéry in La crise de l’esprit sterke vraagtekens bij de teloorgegane Europese geest en de "dreigende samenzwering" van democratie, technologie en uitputting van de aarde, gesteund door de macht van getallen en statistieken, zonder aandacht voor het creatieve en naar kwaliteit en voldoening strevende individu. Mede geïnspireerd door Verhaerens ‘symbolische’ ruimte vatte hij in maart-april 1924 een grote continentale reis aan en trok hij naar Brussel, Zwitserland, Italië en Spanje om er belangrijke gesprekspartners te vinden, onder meer Rainer Maria Rilke, Giuseppe Ungaretti en de visionaire denker Ortega y Gasset. Valéry schaafde zo zijn ideeën over de fysieke en mentale Europese ruimte bij, over kapitalisme, het juridisch systeem en de idealen van de Franse revolutie, ideeën die uiteindelijk ook in zijn Cahiersterechtkwamen (vol.2, p.1468 e.v.).

Valéry was niet enkel in 1924 (en ook nog in 1935) in Brussel op uitnodiging van Charles Leirens; op 17 februari 1928 werd hij in het paleis van Laken persoonlijk ontvangen door de Belgische koningin Elisabeth, die hem ondanks haar vijftig jaar “semble très jeune”. Hij onderhield zich met haar over Richard Wagner, de beeldende kunsten en uiteraard over hun beider lievelingsdichter Émile Verhaeren. Dezelfde avond dineerde hij ook met Jules Destrée. Op 27 december 1936 was Valéry weer present, deze keer in Luik, met een lezing voor vijftig jaar La Wallonie, een tijdschrift dat was opgericht door zijn vriend Albert Mockel. Die lezing “Existence du symbolisme” werd daarna in Brussel opgenomen en door de Belgische Radio uitgezonden op 15 juni 1937.

P. Valéry en Gent

Na een ontmoeting met toneelauteur Jacques Copeau in Brussel, verbleef Valéry op zaterdag 22 maart 1924 in Gent: “Il fait un peu de tourisme à Gand le samedi (…) ». In maart 1934 gaf hij er aan de voormalige Ecole des Hautes Etudes (toen aan de Korenlei) een voordracht. Valéry was van jongsaf ook intens bevriend met de één jaar oudere in Gent geboren “Parijzenaar” Pierre Louÿs.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over P. Valéry