terug naar index
Van Fornenbergh, Jan Baptist

(Vianen, ?.?.1624 - Den Haag, 02.01.1697)

Nederlands toneelschrijver, acteur, schilder en reizend theaterdirecteur, afkomstig uit een Vlaamse familie. Hij behoorde tot de vroegste Nederlandse beroepskomedianten en noemde zich tot 1643 eenvoudig Jean Baptista. 

Van Fornenbergh zelf was vanaf zijn veertiende toneelspeler en al in 1642 was hij verbonden aan de Amsterdamse schouwburg. Daarna trok hij met zijn eigen theatergezelschap door de Nederlanden. Dit gezelschap, met compagnon Jillis Noseman, veranderde geregeld van naam, volgens bezetting en reputatie: de “Oprechte Nederduytsche commedianten” werden na 1648 de “Aartshertogelijke Brusselsche commedianten” en na 1656 de “Holsteinse hofkomedianten” of “Comoedianten van Z.K.M. van Zweden”. Na de calvinistische normverstrenging week de compagnie uit naar Vlaanderen, Hamburg en Scandinavië en trad zowel op aan het Zweedse en Brusselse hof als op jaarmarkten en kermissen. Vanaf 1676 leidde Van Fornenbergh diverse Nederlandse theaters voor een chique, kosmopolitisch gericht publiek. In 1678 vestigde hij zich definitief in Den Haag.
Hij schreef anoniem de op Molière geschoeide, succesvolle klucht Duyfje en Snaphaan (1680) en bleef bekend als dichter van het bruiloftsvers Klioos kraam (1657) en als bewerker van Philippe Quinaults De wanhebbelijke liefde (1704, wanhebbelijk = onwelvoeglijk). Tot zijn befaamdste opvoeringen behoorden stukken van Joost van den Vondel – die hem zijn “toneelbroeder” noemde –, en vertalingen van Shakespeare, Corneille, Racine en Calderon de la Barca. Als beminnelijk en handig diplomaat, met een neus voor getalenteerde medewerkers, repertoirekeuze en toneelaankleding, wist hij voortdurend aan de calvinistische verboden te ontkomen. Toch bekeerden hij en zijn familie zich in 1681 tot het calvinisme.
Zijn grote vaardigheid in het uitbeelden van emoties en menselijk gedrag werd anoniem gekarakteriseerd in het vers “Hier siet gij Jan Baptist” (in Koddige en ernstige opschriften, 1698). De grootste verdienste van de gefortuneerde theaterdirecteur “Sieur Van Fornenbergh” is dat hij Vondel en Cats op het West-Europese theaterrepertoire kreeg.

J.P. van Fornenbergh en Gent

Na ruime theaterervaringen in Holland, Duitsland en Skandinavië traden de veelgevraagde “Hollandse komedianten”, zoals het toneelgezelschap van Nooseman, Parkar en Van Fornenbergh ook bekend stond, wellicht voor het eerst in Gent op in maart 1647. In de volgende kwarteeuw gaven ze er nog negen keer langdurige voorstellingen, in oktober 1656 zelfs in de “comediantenkamer” van het Gentse stadhuis.
In 1663 ontvoerde de aristocraat Willem Riperda Van Fornenberghs dochter Susanna naar Gent voor hun huwelijk. Omdat in het gereformeerde Nederland steeds meer theaters en kermissen werden verboden en pestepidemieën de bevolking decimeerden, vestigde het toneelgezelschap, na medische keuring, zich met een grote voorraad kostuums en toneeldecors in het najaar van 1664 voor langere tijd in Gent.
Na de bezetting van Holland door de Fransen (1672) vond het gezelschap in het gastvrije Gent nogmaals een wijkplaats. Vooral van het grote toneelfestival dat Van Fornenbergh in 1675 in Gent organiseerde, is nog bewijsmateriaal voorhanden (zie onder Evenementen/ Fornenberghs toneelfestival (Gent, 1675).

[Jean-Paul den Haerynck]

Over J.B. van Fornenbergh: