terug naar index
Van Ghistele, Joos

(Gent, 1446 - Gent, 21.09.1516)

Edelman, schepen en grootbaljuw van Gent, auteur van een indrukwekkend reisverslag.

Joos Van Ghisteles werd geboren in een oude adellijke Vlaamse familie. Zijn vader, Gerard, was in 1449 door de Bourgondische hertog Filips de Goede aangesteld als grootbaljuw van de stad Gent. Toen de hertog in 1451 een nieuwe belasting oplegde, weigerde de stad deze te betalen. In het dispuut daarover koos Gerard de zijde van de hertog met het gevolg dat hij en zijn gezin door de stad tot levenslange verbanning werden veroordeeld. Ze vestigden zich op hun landgoed in het Zeeuws-Vlaamse Zuiddorpe. Enkele jaren nadien werd zoon Joos opgenomen in het gevolg van de latere Bourgondische hertog Karel de Stoute. Hij werd opgeleid in de krijgskunst en in 1467 tot ridder geslagen.
Na de dood van hertog Karel (1477) trok Joos zich terug uit de krijgsdienst. Hij werd weer aanvaard in Gent en aangesteld tot voorschepen (eerste schepen). Toen die ambtelijke termijn verstreken was, ondernam hij, van eind 1481 tot half 1485, een indrukwekkende reis. Aanvankelijk bedoeld als een pelgrimstocht naar Palestina, liep de reis uit op een  behoorlijk grillige omzwerving, veel verder dan Jerusalem, met name tot Perim (ten zuiden van de Rode Zee) en zo weer terug, langs het Nijlgebied, Arabië, Cyprus, Syrië, Perzië, de Griekse Archipel en Noord-Afrika.
Na zijn terugkeer trad hij opnieuw in Gentse dienst eerst als voorschepen en in 1492 als grootbaljuw van de stad.
In verschillende bronnen vonden wij uiteenlopende gegevens over zijn overlijdensdatum; wij houden ons hier aan de datum, aangegeven in het boek “Ambrosius Zeebout : Tvoyage van Mher Joos van Ghistele” van R.J.A.A. Gaspar (1999, zie p. VIII van de inleiding).

Als Joos van Ghistele vandaag weer in de belangstelling staat, is dat niet om zijn verdiensten als militair of om zijn bestuurlijke loopbaan, wel om zijn nog steeds tot de verbeelding sprekende reis tijdens welke hij zeer uitvoerig notities had genomen van zijn bevindingen en van de vele (soms levensgevaarlijke) avonturen die hij beleefde. Die notities werden nadien door zijn vriend Ambrosius Zeebout, kapelaan van Zuiddorpe, uitgewerkt tot een zeer lijvig verhaal in acht boeken (hoofdstukken) waarin het ganse reistraject op de voet wordt gevolgd, van de minutieuze voorbereiding tot de terugkomst. Onder de titel Tvoyage van Mher Joos van Ghistele werd het pas in 1557 uitgegeven (in Gent), enkele decennia na Joos’ overlijden dus.

Reisverslagen waren zeer populair in die tijd van grote ontdekkingstochten. Nog in de 16de eeuw verschenen er (weer in Gent) twee heruitgaven van Tvoyage, namelijk in 1563 en in 1572. Daarna verdween het boek voor eeuwen uit de belangstelling.
De studie van Gaspar, waarop hoger reeds werd gealludeerd is (of bevat) de eerste nieuwe, integrale Middelnederlandse editie sedert 1472. Ze is het resultaat van grondig wetenschappelijk onderzoek. Na een uitvoerige inleiding lichten talloze annotaties de tekst toe.
Voordien waren er wel enkele sterk bekorte uitgaven verschenen, zo deze onder de titel Josse van Ghistele, opgenomen in Les voyageurs belges du XVIIIe et du XIXe siècle (1846) van de Gentenaar Jules de Saint-Genois – én “Joos van Ghistele: Voyage naar den lande van belofte” (1936), een navertelling in hedendaags Nederlands door A. Demaeckere. Beide bekorte uitgaven bestaan uit geselecteerde fragmenten die overbrugd worden met samenvattende bindteksten.

[Frans Heymans]

Over J. van Ghistele: