terug naar index
VAN HERCKE, Guido

(Oostende, 27.08.1950 - )

Vlaams prozaïst en dichter. Woonde in De Pinte. Als leraar Nederlands bewerkte en regisseerde hij bekende toneelstukken en muziektheater voor schooluitvoeringen. Hij was kernredacteur van De groenen en schreef essays voor het weekblad Tertio.
Hij publiceerde verscheidene dichtbundels: Ogen-merk (1977), Weerzin: gedichten voor de overlevenden (1984, Prijs Letterkunde Provincie Oost-Vlaanderen 1985), Een Kruisweg (1991, met tekeningen van Hans Schmidt, bij het Gents Katholiek Universitair Centrum) en Dunne lucht (1994).
Daarnaast verschenen ook meditatieve aantekeningen (De aanraking, 1999) en een spiritueel getinte Autobiografie van een ziel (2001), met dagboeknotities en mijmeringen bij alledaagse gebeurtenissen in een gezin, waarin het leven wordt doorgegeven van ouders naar kleinkinderen.
Voor het manuscript van zijn dichtbundel De mond van een man  (1992) won hij de Prijs voor Poëzie van de Stad Gent 1988. Op www.deaanraking.be is een digitale bloemlezing uit zijn werk te vinden. Hij heeft ook een eigen blog (zie bibliografie).

G. van Hercke en Gent

Van Hercke studeerde Germaanse filologie aan de universiteit Gent en bleef nadien ook in zijn werk met de stad verbonden. Gent duikt voor het eerst op in zijn dichtbundel Weerzin (1984): “Gent is een wandeling lang…”.
De mond van een man (1992) opende en sloot met het gedicht “Gent, vijf uur”, waarbij alle tussenliggende gedichten fungeerden als momentopnames (“tussen twee auto’s (…)/ Een beweging van geduld”), die zich mentaal aaneenschakelden tot “Een groot uur stilte voor zijn hoofd.” De (erin betrokken) ik-persoon maakte daarin de balans op van een verloren liefde, maar keek er tegelijk ook als buitenstaander tegenaan tot “Het eerste blauw van de avond”.
Ook in Dunne lucht doken (meestal subtiele) verwijzingen naar Gent op. Zo riep de cyclus “Kwaad werk” de stad op, met titels als “De brug”, “Stationscafé”, “Monniken”… ; de identificatie met de Gentse locaties van het Sint-Pietersstation en de Sint-Pietersabdij was daarin echter eerder af te leiden uit het grotere geheel, met uitzondering van het expliciet met Gent verbonden donkerste jaargetijde, “December in Gent”.

Verder verwees Van Hercke in zijn enkel online verschenen verhalen- en dichtbundel Het ongenoemde (een vervolg op De aanraking), in het verhaal “Engelen, Paaszondag en Gent” naar de openluchttentoonstelling “Over the Edges” (georganiseerd door toenmalig conservator van het SMAK, Jan Hoet) die in 2000 verspreid in de binnenstad van Gent te bekijken was.  Zijn hoofdpersonen liepen in “Geduld in maart” uit dezelfde bundel eveneens door de stad “zwijgend, terwijl de wind over de torens waait, en de straten alle leven doorlaten, en (we) het licht zien vallen in de ramen van de kathedraal, of op de wangen van wie in een café tegen de muur zitten, hoofd tussen de hoofden, gedachten tussen de gedachten.”

Van Hercke werkte ook mee aan diverse maatschappelijke initiatieven, o.a. aan het Persona Non Grata-programma rond Frans Wuytack in 2008 bij de Gentse theatergroep Victoria Deluxe.

 

[Jean-Paul den Haerynck]

Over G. van Hercke