terug naar index
Vanter, Gerard

(Enschede, 11.04.1882 - Amsterdam, 18.02.1975) 

Pseudoniem van Gerard Johannes Martinus van het Reve, Nederlands auteur van politieke en historische werken, van jeugdboeken en historische romans. Hij schreef ook onder andere pseudoniemen (o.m. Gerard Revers, Gerard van Woensel en George van Buuren). Hij begon zijn loopbaan als arbeider in de textielsector, was al vroeg actief in de arbeidersbeweging en vervolgens in de Communistische Partij Nederland (CPN). Als journalist was hij o.m. betrokken bij de oprichting van dagblad Het Parool (aanvankelijk een verzetsblad). In 1971 keerde hij zich af van de partij en noemde hij zich anticommunist. Hij was de vader van Karel van het Reve (kenner van Rusland en van de Russische literatuur) en van de literaire auteur Gerard van het Reve.
Op literair gebied debuteerde Vanter in 1930 met De voorsten, een communistische roman. Voorts schreef hij talrijke jeugdverhalen en o.m. de romans De wonderlijke avonturen van Jonkheer Stribbel (1931, onder ps. G. Revers), De bezetene : roman van een waanzinnige liefde (1936, onder ps. Gerard van Woensel) en Mijn naam is Roelant (1957, onder ps. Gerard Vanter). In 1967 verscheen Mijn rode jaren : herinneringen van een ex-bolsjeviek, zijn memoires waarin hij o.m. te kennen gaf dat hij zichzelf beschreven voelde (maar niet herkende) in De avonden, de bekende roman van zijn zoon Gerard. 

G. Vanter en Gent  

Mijn naam is Roelant is een goed gedocumenteerde, levendig geschreven roman over het verzet van de Gentenaars tegen keizer Karel, in 1540. Het is het verhaal van de Gentse stad-staat-droom, waarin de “vorstendienaren” – notabelen, rijke poorters, kooplieden en de adel –en de tegenstanders van de keizer – die de oude privileges van de stad in een eigen Gentse grondwet willen bestendigen – lijnrecht tegenover elkaar staan. Vanter portretteert keizer Karel genuanceerd. Nadat de opstand onderdrukt is, schrijft hij landvoogdes Margaretha van Hongarije de overweging toe dat “... dank zij het nieuwe bewind, dat de keizer met krachtige hand zou instellen, (...) de stad de huidige moeilijkheden spoedig te boven (zou) komen en een betere toekomst tegemoet gaan”. Met andere woorden: de keizer kastijdde zijn geboortestad weliswaar maar hij rukte haar ook uit haar middeleeuws droom en schudde haar wakker voor de geest van een nieuwe tijd. 

[Frans Heymans]

Over G. Vanter: