terug naar index
Verame, Jean

(Gent, 30.11.1936- ) 

Als Jean Verhamme geboren in een arbeidersgezin op de Muide. Later woonde hij in de krantenwinkel van zijn moeder, in de Peperstraat, slechts een paar stappen verwijderd van het huis waar Maurice Maeterlinck ooit woonde. Hij stond geregistreerd op een ganse reeks Gentse adressen: Van Caeneghemstraat, Makelaarsstraat, Rijhovelaan, Bijlokevest, Koningin Astridlaan, Sint-Catelijnestraat, Poperingestraat, Louis Roelandtplein, Ieperstraat, Brabantdam en Vlaanderenstraat.. In 1962 verhuisde hij naar Brussel en twee jaar later naar Frankrijk waar hij nog woont. 

Hij liep school in het toen nog volledig Franstalige Institut de Gand op de Nederkouter. Vanaf zijn veertiende jaar werkte hij als huis-aan-huis-dagbladbezorger in dienst van zijn moeder. Na zijn militaire dienst werd hij Franstalig correspondent van een grote Gentse textielfabriek. Hij werd afgedankt en trachtte met wisselend succes zolang mogelijk werkloos te blijven. Wel volgde hij toneellessen in Gent en aan het Conservatorium in Brussel. Hij was een tijdlang verbonden aan de Gentse toneelgroep “La Ruche” alsook aan het Brusselse Théâtre du Parc. Dan week hij uit naar Parijs en schreef er in zes maanden tijd zijn enige roman La fortune des fous, in 1965 gepubliceerd onder het pseudoniem Jean Verame. Het boek verscheen in 1968 in het Duits, onder de titel Die ganz verrückte Seligkeit 

Vervolgens wisselde hij de pen voor het penseel, oogstte enkele successen als abstract kunstenaar, probeerde het dan als figuurzager in aluminium maar vond uiteindelijk zijn ware roeping in het beschilderen van de natuur. Enkele voorbeelden: in 1975 beschilderde hij in de Cévennes een kilometerlange rivierbedding en in 1978 werkte hij in Texas met kleur en stenen in een canyon. Zijn meest opzienbarend werk stamt echter uit 1981 toen hij in de Sinaï-woestijn 12 rotszones, verspreid over 100 vierkante meter, blauw en zwart verfde. Dit werk maakte hem wereldberoemd. In 1984 voerde hij een kunstwerk uit in het Anti-Atlasgebergte in Marokko (Tafraout), in 1989 een multidimensioneel project in Tibesti (Tsjaad) en in 1995 dropte hij 1.000 bronzen “meteorieten” boven de Sahara-woestijn. 

Eigenaardig is wel dat zijn pseudoniem zo dicht bij zijn echte naam ligt maar dat hij anderzijds zo vaag mogelijk blijft in verband met zijn biografie. Aan zijn uitgever deelde hij slechts mee: “Né en Flandres” plus zijn geboortedatum. 

J. Verame en Gent 

La fortune des fous mag de autobiografische roman worden genoemd van een jongeling die op zoek is naar een plaats in de maatschappij en naar de zin van het leven. Het verhaal speelt zich af in Gent vanaf het schoolverlaten op 14-jarige leeftijd, langs het overnemen van de dagbladronde van zijn vroeg uit het leven gestapte vader, tot aan zijn vlucht naar Parijs. Verame beschrijft onder meer zijn strijd met de werklozeninspecteurs en de bureauchefs, én zijn ervaringen met jonge meisjes en rijpere vrouwen.
Opmerkelijk is de taal in het boek. Voor een jongeman die opgroeide met het Gents in de oren en op de tong, getuigt die taal van een verbazend overdadige rijkdom. Er wordt gejongleerd met metaforen en ondanks de woordacrobatieën schuilt er een machtige en meeslepende vaart in dit proza. Verame protesteert, bezweert, bespot, verwerpt en klaagt aan...  

Gent wordt niet uitdrukkelijk vernoemd in deze roman. Ook hier is de auteur terughoudend over zichzelf. Ergens heeft hij het over “une ville dans le Nord” of over een rendez-vous op “le pont Saint-Michel”. Dwalend door de straten van zijn geboortestad wordt hij vooral gegrepen door onzekerheid en angst: “Pendant deux ans j’ai silloné la ville, sans un sou en poche, mourant d’angoisse devant cette inconnue qu’était mon destin...”.
Wat hij vertelt wijkt echter slechts een paar graden af van de werkelijkheid. Er hoeft niet te worden getwijfeld aan het autobiografische karakter van La fortune des fous 

[Prosper de Smet]

Over J. Verame: