terug naar index
Von Ploennies, Luise

(Hanau, 07.11.1803 - Darmstadt, 22.01.1872) 

Duitse dichteres, schrijfster van twee bijbelse toneelstukken, vertaalster uit het Engels en uit het Nederlands. Zij was de dochter van de door Goethe geroemde natuurkenner Philipp Achilles Leisler en de echtgenote van de fysicus August von Ploennies.
Als dichteres bekleedde zij een zeer bescheiden plaats in de Duitse letteren. Zij onderhield een literair salon dat druk werd bezocht door auteurs en musici.
Von Ploennies kende de Vlaamse literatuur en de kopstukken van de Vlaamse Beweging. Meer zelfs: zij ijverde met geestdrift voor de verdediging van het Vlaams dat zij als een bedreigde taal beschouwde en zij onderhield nauwe contacten met de voormannen van de Vlaamse Beweging, met Jan Frans Willems, Ferdinand Augustijn Snellaert en anderen. In haar Ein Kranz den Kindern en in Fremder Strausz (beide 1844) had zij al enkele in het Duits vertaalde gedichten van Vlaamse auteurs opgenomen. Later zou zij ook het Middelnederlandse Mariken van Nieumeghen vertalen. 

In 1844 ondernam zij met haar dochter Maria en haar toekomstige schoonzoon, de folklorekenner Johann-Wilhelm Wolf, een langdurige reis naar België. Meer bepaald verbleef zij in Gent, Antwerpen, Brussel en Blankenberge. In haar Reise-Erinnerungen aus Belgien (1845) bracht zij minutieus verslag uit over deze reis. Herbert van Uffelen noemt dit een van “de eerste uitvoerige studies over de Nederlandse literatuur in Duitsland”, hoewel beperkt tot Vlaanderen.  

Haar bezoek aan Gent bleef niet onopgemerkt: onder meer de Gazette van Gend, De Gentse Mercurius en Le messager de Gand volgden haar op de voet. Zowat 100 bladzijden van haar eigen Reise-Erinnerungen (de hoofdstukken 2-12, blz. 17-111) waren gewijd aan Gent. Zij schreef over haar ontmoetingen met Jan Frans Willems, Philip Blommaert, Ferdinand Augustijn Snellaert, Karel Lodewijk Ledeganck, Prudens van Duyse en anderen (o.m. in een vermakelijk stukje, “Ein Abend bei Herr Willems”), over de ontvangst die haar werd voorbehouden en de vergaderingen die zij bijwoonde in verenigingen als de Fonteinisten, Broedermin en Taelyver en de Maatschappij van Vlaemsche Taal- en Letterkunde, over haar bezoeken aan het begijnhof, de bibliotheek (Ottogracht) en de Sint-Baafskathedraal, over de volksfeesten en de optochten waarvan zij getuige was. Kortom, nagenoeg het hele Gentse culturele leven passeerde de revue. 

[Frans Heymans]

Over L. von Ploennies: