terug naar index
Zachmoorter, Michel

(Gent ?, 1582 - Gent, 25.11.1660)

Priester (vanaf 15.03.1606) en geestelijk schrijver. Hij studeerde theologie in Dowaai en werd in september 1607, nog voor hij de titel van licentiaat behaalde, pastoor van St.-Martinus in Ekkergem. Vanaf 1612 was hij tevens deken van het dekanaat Deinze. In 1645 verliet hij de parochie omdat hij deken was geworden van het kapittel van St.-Veerle, de nu verdwenen kerk naast het Gravensteen (St.-Veerleplein).
Zachmoorter was een van de drijvende krachten van de Contrareformatie in Gent en genoot daarbij de publieke steun van de Aartshertogen en het stadsbestuur. Onder het calvinistisch bewind herbouwde hij, met geld van de Gentse wijnbelasting, de vernielde St.-Martinuskerk en realiseerde hij een nieuwe versie van de eveneens verwoeste kruisweg: achttien staties in verheven beeldhouwwerk, 4 km lang met inachtneming van de afstanden in Jerusalem. Aartshertogin Isabella, die al eerder naar Ekkergem was gekomen, legde de ommegang te voet af in gezelschap van haar opperbevelhebber Spinola.
Wellicht bij die gelegenheid, in 1623, werd aan de vorstelijke pelgrim een prachtig perkamenten handschrift geschonken met afbeeldingen van de staties en een Spaanse vertaling van gebedsteksten die Zachmoorter ter begeleiding van de kruisweggangers had geschreven. Sponsus Sanguinum ofte den Bloedighen Bruydegom onser Zielen (Antwerpen, Geeraerdt van Wolsschaten, 1623) is een vaak herdrukt prozawerk, dat als handleiding bij de kruisweg is opgevat. Bij elke statie geeft het boek een afbeelding met daarbij horende gebeden en meditaties, geschreven in een levendige, visuele en affectieve stijl en gericht op het verwekken van emotionele bewogenheid. Mede-lijden in de beide betekenissen van het woord vormen er de leidraad van. Het boek was in zijn genre een groot succes: het kende meer dan twintig drukken.

Zachmoorters andere boek, het in hetzelfde jaar en bij dezelfde uitgever verschenen Thalamus Sponsi oft t’ Bruydegoms Beddeken, sloot geheel aan bij het mystieke reveil dat zich in de Spaanse Nederlanden ontwikkelde tijdens de jaren twintig en dertig van de zeventiende eeuw. Het veelgelezen en invloedrijke tweedelige traktaat behandelt het inwendig gebed en het schouwende leven, enerzijds in de traditie van de middeleeuwse Brabantse en Rijnlandse mystiek en anderzijds vooral vanuit de receptie van deze teksten in de  “moderne” mystieke geschriften van de kapucijn Benedictus van Canfeld en de Spanjaard Sint Jan van het Kruis (Juan de la Cruz) (1542-1591). Zoals vele van zijn Zuid-Nederlandse tijdgenoten besteedde de Ekkergemse pastoor expliciet aandacht aan de problematiek van het mystiek taalgebruik. Zachmoorter was de eerste auteur die Nederlandse vertalingen uit het werk van Juan de la Cruz publiceerde. In de eerste druk van Bruydegoms Beddeken beloofde hij, in afwachting dat een vertaler van het volledige werk zou opstaan, een druk van een “begrijp” van dertig belangrijke kapittels. In de aanzienlijk uitgebreide druk van 1625 voegde hij effectief acht hoofdstukken toe uit Juans Llama de amor vivo (Vlam van levende liefde). Hij gebruikte daarvoor de enkel in handschrift bewaarde vertalingen van de kapucijn Marcellianus (Pardo) van Brugge. Met de Franse versies behoren zij tot de oudste in Europa. De eerste Latijnse kwam er pas in 1639, voorafgegaan door een Italiaanse in 1639.

[Karel Porteman]

Over M. Zachmoorter: