terug naar index
Zeeman, Michaël

(Marken, 12.09.1958 - Rotterdam, 27 juli 2009)

Nederlands dichter, prozaschrijver, vertaler, essayist en journalist. Hij studeerde filosofie, werkte in de uitgeverswereld en werd eerst columnist, later chef kunstredactie en in 2006-2007 buitenlandcorrespondent in Rome voor De Volkskrant. Als literatuurcriticus was hij ook verbonden aan Vrij Nederland, NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer. Voor de VPRO maakte hij het literaire tv-programma Zeeman met boeken. Zijn alomtegenwoordigheid in de Nederlandse pers en zijn cultuurfilosofisch bewustzijn maakten hem tot een invloedrijke culturele personaliteit.

Zeeman debuteerde in 1991 met de poëziebundel Beeldenstorm, vier jaar later gevolgd door Verhoudingen. Zijn beste gedicht daaruit is Bericht aan de laat-komers, dat voor latere generaties in een koker is ingemetseld in de vloer van de nieuwe stadsschouwburg van Leeuwarden. In De verduistering (1995) publiceerde hij vijf merkwaardige verhalen. Verder staan ook (vaak polemische) essays op zijn naam over geloof, televisie, culturele elites, Europa en over de Vlaamse graficus Veerle Rooms. Hij werd in 1991 bekroond met de C.Buddingh’-poëziedebuutprijs en in 2002 met de Gouden Ganzenveer (voor literair-culturele verdienste). 

M. Zeeman en Gent 

In het brievenboek Wie kan het paradijs weerstaan (2006) wisselt Zeeman met de van oorsprong Marokkaanse auteur en Libris-prijswinnaar Abdelkader Benali van gedachten over politiek, leven, liefde, literatuur en de stad Rome, waar ze beiden geregeld verblijven. Naast allerlei literatuurroddels, leestips en (zelf-)portretten bevat het boek ook een passage over een kortstondig optreden in Gent. Zeeman werd door de stad uitgenodigd om er de jaarlijkse Pacificatielezing te houden. De passage beschrijft beknopt de uitzonderlijke ontvangst door burgemeester en schepenen (“een adembenemende gebeurtenis”), de sfeer voor en tijdens de lezing en zijn (naar eigen normen ongewoon cultuurpositieve) bedenkingen achteraf: “nog zijn de Lage Landen niet verloren.”

[Jean-Paul den Haerynck]

Over M. Zeeman: