terug naar index
Zvonik, Loeki

(Gent, 17.01.1935 - Hasselt, 10.08.2000)

Pseudoniem voor de Vlaamse prozaschrijfster Hermine Louise Marie Zvoniček. Lagere school volgde ze in Eeklo waar ze woonde tot 1945. Daarna verhuisde de familie naar het Waasland. Na de middelbare school aan het Onze-Lieve-Vrouw-Presentatie-Instituut te Sint-Niklaas, doorliep ze vanaf 1952 de opleiding Germaanse Filologie aan de Rijksuniversiteit te Gent.
Na een verblijf van tien maanden in Zuid-Afrika, vestigde ze zich in Limburg waar ze lerares Nederlands en Duits werd aan het Rijksinstituut voor Technisch Onderwijs te Hasselt.
Voor het kwantitatief bescheiden oeuvre dat zij schreef kreeg zij toch drie literaire prijzen. Ze debuteerde vanaf 1964 met het verhaal Maar in plaats van de koekoek in het Nieuw Vlaams Tijdschrift. In 1972 verscheen haar eerste roman, Hoe heette de hoedenmaker. Deze werd in 1976 bekroond met de Debuutprijs van de Vereniging van de Bevordering van het Vlaamse Boekwezen. In 1979 volgde Duizend jaar Thomas, bekroond in 1979 met de Yangprijs en in 1980 met de Matthias Kempprijs. In 1983 verscheen haar laatste roman De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch.

L. Zvonik en Gent

In Hoe heette de hoedenmaker? komt haar relatie met Gent tot uiting. Naast de beschrijving van een aantal Gentse bezienswaardigheden, worden ook de decadente en sombere facetten van de stad behandeld. Deze worden zeker mede gestalte gegeven door haar relatie met Dirk De Witte, een vroegere medestudent (Didier in de roman), die gekenmerkt wordt als een pessimistische man, en door de bewondering die zij koesterde voor Herman Uyttersprot, haar toenmalige professor Duits (Herman in de roman) die in zijn colleges uitweidde over de pessimistische geschriften en de waanideeën van auteurs en kunstenaars.

[Rudi Dries]

Over L. Zvonik: