Dichteres Christine D’haen herboren in Sint-Amandsberg

In de prachtige neorococo-vergaderzaal in de KANTL (in de Koningsstraat) wees Willy Vandeweghe (vast secretaris KANTL) op de relevantie van de bundel Geboorte binnen het hele werk van Christine D’haen. Hij vond het “niet meer dan passend” dat de bundel in de KANTL voorgesteld werd; de dichteres was immers lid van de Academie van 1975 tot 2009 – vanaf 2004 zelfs erelid. Voorts focuste hij op de prettige en wederzijds verrijkende samenwerking – ondertussen een traditie – met het Poëziecentrum die de bundel uitgaf en de voorstelling mede organiseerde.

Carl De Strycker (directeur Poëziecentrum) gaf kort toelichting bij de uitgave: het manuscript is aanwezig in het Poëziecentrum en de sobere uitgave is van de hand van de grafische vormgever Danny Dobbelaere (Grafijn).

Daarna volgde een bijzonder gesprek tussen interviewer Luc Devoldere (classicus en hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Erfdeel) en Paul Claes (vriend, “geestelijke zoon” en eminente kenner van Christine D’haen) over het ontstaan en het belang van Geboorte en over de dichteres en de vrouw Christine D’haen.

Tijdens het ordenen van manuscripten en brieven in 2014 vond Paul Claes een Chinees schriftje terug dat Christine D’haen hem eind 1982 cadeau gaf met daarin de korte melding “teruggeefbaar”. Twee jaar later vroeg D’haen het schriftje terug en schreef er toen een cyclus van negentien zogenaamde “spreekgedichten” in. Hoewel D’haen aanvankelijk de gedichten niet goed genoeg vond voor publicatie (“te intiem? te autobiografisch?”), meent Claes nu dat ze afgerond zijn én belangrijk, onder meer in het licht van haar autobiografische proza vanaf 1989.

De titel Geboorte is zowel verbonden met haar lichamelijke geboorte en haar prille schrijverschap in de Engelstraat in Sint-Amandsberg (“Troostloze onbeduidendheid der straat, geen berg, geen dal”; “Iedere snipper was een woord”) als met negentien spirituele geboorten (“overgangsriten, beproevingen, inwijdingen”) in evenveel gedichten. D’haens gedichten zijn zowel autobiografisch als “archetypisch”: telkens opnieuw evolueert een persoonlijke anekdote naar een algemeen menselijke beschouwing.

Ook de leermeesters-wegwijzers in de lagere school (Onze Lieve-Vrouw-Visitatie in Sint-Amandsberg) en het secundair onderwijs (Sint-Bavoinstituut aan de Reep in Gent) die respectievelijk een gedicht van Jan van Beers en Baudelaire voorlazen en duidden, openden voor de jonge Christine D’haen een wereld en een weg naar schoonheid en “epifanie”.

Volgens Paul Claes is het thema van D’haens poëzie: “het vrouw zijn zelf in poëzie”; “de stem van een vrouw”. In die zin betekent de uitgave van de bundel Geboorte ook de wedergeboorte van een dichteres.

Tussen het gesprek van Devoldere-Claes door las Paul Claes enkele representatieve gedichten uit Geboorte. In zijn nawoord in de bundel meldt hij ook: “De poëzie lijkt de teelaarde te zijn geweest waaruit het proza ontsproot”. Dit betekent dat al de feiten uit Geboorte terugkomen in haar autobiografisch proza in Zwarte sneeuw (1989) en in haar volledig verzameld proza Uitgespaard zelfportret (2004).

Voor meer info over de dichtbundel Geboorte zie bij www.poeziecentrum.be/geboorte-christine-dhaen

Voor meer info over Christine D’haen en Gent, zie in het lexicon op deze website