Hertmans wint Cultuurprijs Vlaamse Gemeenschap

Gent in de Belle Epoque

Stefan Hertmans schildert in Oorlog en terpentijn de tragiek van een voorbije eeuw aan de hand van het leven van zijn grootvader Urbain Martien. Hij baseert zich daarbij deels op zijn eigen herinneringen, maar vooral op de dagboeken van zijn grootvader. Daarbij komen ook diens indrukken van de “Groote Oorlog” van 14-18 in beeld. Enkele Belgische veldslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog staan centraal in het middengedeelte van het boek, omzichtig benaderd, zonder het spectaculaire te zoeken.


Maar het hele eerste deel speelt zich ver daarvoor af, in Gent, vanaf 1880, tijdens diens jeugd in de “Belle Epoque”. We volgen Hertmans’ overgrootvader en schilder van kerkfresco’s Franciscus (Frans) en zoon Urbain en hun indrukken van het inmiddels grotendeels verdwenen Gent van voor de Eerste Wereldoorlog: de Heirnis- en Dampoortwijk, het Zuidstation en Muinkpark, de Berg van Barmhartigheid (lommerd), het ijsjespaleis Veneziana, het beroemde Hotel Falligan op de Kouter, boekhandel Hoste (later Herckenrath) in de Veldstraat... De auteur bezoekt die plaatsen opnieuw en voegt zijn eigentijdse indrukken toe aan de beelden van zijn grootvader.
Naast de aandacht voor teken- en schilderkunst (MSK) en muziek (Peter Benoit, Louis de Meester) komt het sociale Gent in beeld: het arbeidersmilieu, het socialisme, de hallucinante gelatinefabriek en de ijzergieterijen.


Deel drie thematiseert het zwijgen over de oorlog en de nieuwe naoorlogse samenleving met o.a. luchtvaartshows en Expo 58. Hier neemt Stefan Hertmans de draad van het relaas over en combineert herinnering met gesprekken en opgespitte documentatie.
Oorlog en terpentijn voegt een nieuw hoogtepunt toe aan Hertmans literaire oeuvre, volgens de jury niet alleen omdat de roman “beter, harder, met meer ontzetting en meer liefde” het trauma van honderd jaar geleden kan herdenken, maar omdat Stefan Hertmans "meesterlijk heen en weer(beweegt) tussen het kleine en het grote, tussen de biografische anekdote en de grote bewegingen van de tijd." De roman is inmiddels ook genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, waarvan de winnaar op 13 mei 2014 wordt bekendgemaakt.

Dichter, essayist en romanschrijver Stefan Hertmans heeft met zijn boek Oorlog en terpentijn de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de Letteren (Proza 2012-2013) gewonnen. Hij ontving de prijs uit handen van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege op het ‘Mind the Book’-festival in Gent.

Aan de prijs is een bedrag van 12.500 euro verbonden. De laureaat wint ook het bronzen beeldje "La Ultima Isla" van Philip Aguirre.
Namens de jury (Pieter Verstraeten, Sofie Gielis, Mustafa Kör, Tom Van Imschoot, Joseph Pearce en Linda De Geyter) noemde Minister Schauvliege dit een schitterende roman “over een familiegeschiedenis en een oorlog. Maar ook over schilderen en schrijven, over de manieren waarop een kunstenaar in goedgekozen lijnen en kleuren of dwingende metaforen iets van de hel en de hemel van het leven kan oproepen.”

Grootvader en Gent

Merkwaardig is dat die grootvaderfiguur al opdook in zijn bekroonde debuutroman Ruimte uit 1981 – lees het fragment Grootvader op deze website (onder Fragmenten/op Auteur/Hertmans). Hertmans groeide in dezelfde omgeving aan de Schelde in Sint-Amandsberg op, zijn paradijselijke kindertijd kwam ook al aan bod in zijn doorbraakroman Naar Merelbeke (1994), zijn schooltijd in het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht figureerde in een verhaal uit Als op de eerste dag (2001, nominatie AKO-prijs) en de Gentse wateren speelden ook een belangrijke rol in Het narrenschip (gedichten, 1990). Voorts inspireerden diverse bekende plekken in Gent mede zijn werk: zo bijvoorbeeld zijn huis aan het Drongenhof (Patershol) in de gedichten van Muziek voor de overtocht (1994), het Gravensteen in Goya als hond (1999), de bloemenmarkt op de Kouter in de roman Harder dan sneeuw (2004) en de Bijlokesite in de dichtbundel Annunciaties(1997); daaruit werd het gedicht “Gelukstraat” opgenomen in de Gentse Poëzieroute (op de zijgevel van Vooruit, vooraleer het buitenterras werd toegevoegd).

Hertmans studeerde Germaanse filologie aan de UGent en doceerde ook aan het Stedelijk Secundair Kunstinstituut en aan de Hogeschool Gent, waar hij een Studium Generale (algemene vorming) opzette, een lezingenreeks die studenten aanspoort tot kritische reflectie.

Hij ontving eerder vooral bekroningen voor zijn gedichten: de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap 1995, de Paul Snoekprijs 1996 en de Arkprijs van het Vrije Woord. Vooral de sensibiliteit en de vitale melancholie (zoals Hertmans zijn besef van de veranderlijkheid in zijn essays zelf benoemde) duikt in al zijn werk op. Ook zijn wat surrealistische verhalen in Gestolde wolken (1987) en zijn toneelwerk (Kopnaad, Mind the gap, operalibretto Jullie die weten) bleven niet onopgemerkt. Zijn essays bespeelden een meer intellectueel publiek, dat zowel interesse had voor de klassieke filosofie als de ervaring van stedelijkheid en het scherpzinnig doorprikken van allerlei hedendaagse waanbeelden: Het putje van Milete, De mobilisatie van Arcadia. Zijn eerste essaybundel Oorverdovende steen werd al in 1986 bekroond met de Prijs van de stad Gent voor Nederlandse literatuur.

Meer over de bekroning van Oorlog en terpentijn op Cobra.be http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/140218-sa-cultuurprijs_proza

Lees meer specifieke informatie over Stefan Hertmans en fragmenten over Gent op deze website, in het Lexicon / Auteurs/ Hertmans, Stefan

Beluister het interview met Stefan Hert- mans over de dagboekschriften van zijn grootvader: http://www.cobra.be/cm/cobra/videozone