Stadsdichter Peter Verhelst sluit af met dromenboek

“Het leek me beter dat Gent zelf schrijft,” verdedigde Verhelst zijn concept bij zijn aantreden als derde stadsdichter van Gent in 2009, "zo worden alle Gentenaars die eraan meewerken een beetje stadsdichter."
Tussentijds waren er activeringsmomenten, zoals een overnachting met kinderen in de Belvédère van de Gentse Boekentoren, om het 'delen' van dromen verder aan te zwengelen. Op Gedichtendag 2012 stelde hij het resultaat van zijn project voor: En toen werd ik wakker: dromen van Gent. "Ik zag het als een manier waarop inwoners van een stad zelf iets geven én terugkrijgen, een schatkist waaruit iedereen naar believen zou kunnen putten."
Het leverde een rijk geschakeerde mozaiek op van echte dromen, met af en toe een literair pareltje en soms een Gentse locatie als leidraad. De bekendste in de selectie opgenomen Gentse dromer-schrijver bleek Herman Brusselmans.

Peter Verhelst (°1962) was geruime tijd leraar in Brugge, maar woonde een decennium lang in Gent voor hij het Oost-Vlaamse platteland opzocht en recenter naar zijn geboortestad Brugge terugkeerde. Hij debuteerde in 1987 met Obsidiaan en publiceerde snel na elkaar enkele opvallende dichtbundels zoals Witte bloemen (een antwoord op Baudelaires Les fleurs du mal), Otto (een esthetisering van het geweld), tot agressieve en sensitieve associaties in Alaska. Hij schreef ook theaterstukken als Aars!, vertaalde werk van Shakespeare en Beckett en schreef mythische sprookjes in Zwellend fruit.
Hij werd echter pas bekend bij het grote publiek toen zijn bevreemdende roman Tongkat in 2000 de Gouden Uil won en het filmische en maatschappijkritische epos Zwerm de lezers overrompelde. Hoewel hij zich als dichter in 2003 dood verklaarde, verschenen later toch nog de dichtbundels Nieuwe sterrenbeelden, die zowel de Herman de Coninck- als de Jan Campertprijs won, en in 2011 Zoo van het denken.

Verhelst werkte o.a. samen met diverse beeldende kunstenaars en theatermakers als Luk Perceval, Ivo Van Hove, Johan Simons, choreograaf Wim Vandekeybus en DJ Eavesdropper. In 2008 publiceerde hij met illustrator Carll Cneut het kinderboek Het geheim van de keel van de nachtegaal (Jeugd Gouden Uil) en werd hij theaterschrijver en -regisseur voor het NTGent.

"Gent staat mij heel erg aan, omdat er een soort van ondefinieerbare, vreemde vorm van humor in de stad zit,” zei Verhelst. De stad is nochtans zelden expliciet in zijn werk aanwezig, omdat hij voortdurend op een universele en existentiële draagkracht voor zijn proza en poëzie aanstuurt. Wie echter aandachtig leest, herkent in zijn eerste roman Vloeibaar harnas en in het door Yang uitgegeven lange gedicht Angel subtiele verwijzingen naar mogelijk Gentse stadslocaties. In het gedicht “Hemelbed” in Witte bloemen roept Verhelst een sfeer op van verveling en dood in Gent.

Meer info over Peter Verhelst op: http://zoeken.bibliotheek.be/authors/Verhelst%2c%20Peter

En toen werd ik wakker: dromen van Gent is verkrijgbaar bij het NTGent (Sint-Baafsplein) en bij de Stadswinkel (Wilsonplein 1), te leen in alle filialen van de Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent en online te lezen op: http://www.gent.be/docs/Departement%20Cultuur/Bibliotheek/dromenvangent.pdf

Een lemma over Peter Verhelst is in voorbereiding.