24 Juli [1916]. Voor een journalist wil dus naar Gent gaan zeggen, iets als oorlogscorrespondent worden, met al de gevaren, maar ook al het heroïsche, dat daar aan verbonden is.

Karel van de Woestijne (1916)

Terug naar index

Aimé Bogaerts: Volledige werken (1925), p. 452-454

Aan den Multatuli'skring [sic] & Feestzang

De eerste toneelkring ter volksverheffing van de arbeiders, Multatuli’s Kring werd opgericht in 1874 en begon vanaf 1896 toneelopvoeringen te vertonen in Feestlokaal Vooruit.

Gegroet, o Multatuli’s,
Wij vieren thans uw roem,
Gij hebt een kroon verworven,
Gij zijt een reine bloem.
Uit Vlaamschen grond ontloken,
Gij zijt een puik juweel
Onz’ hulde blijft gij waardig
Onz’ liefde blijft geheel
Wij zingen u, ter eere,
O Multatuli’skring!
Gegroet, o Multatuli’s,
Uw kunst is wijd bekend,
Gij zijt op werkers wegen
Een trooster der ellend’
Uit werkers schoot gesproten,
Zijt gij zijn roem, zijn kroon,
Gij werktet onverdroten
En zege was uw loon!
Wij zingen u, ter eere,
O Multatuli’skring!

Feestzang.

Aanhef

ALGEMEEN KOOR
’t Is feest!
Dat onze stemmen zich vereênen,
Zooals onz’ harten zijn verknocht;
Verleden twijfel, vlucht nu henen,
Wij vinden hier wat elkeen zocht:
Een broederhuis voor iedren werker,
Een huis waar vreê en vreugde troont!
Hier wordt onz’ geest, ons harte sterker
Waar vreugde en leeren samen woont.

KINDERKOOR
Wij dwaalden vroeger straat en pleinen rond,
En wisten niet waarheen onz’ stappen richten
Tot men voor ons een nieuwen lusttuin vond,
Om verder ons op ’t pad der deugd te lichten.

MANNENKOOR
Wij evenzoo, wij waren als verdwaald
En zochten vreugd, waar die niet was te vinden,
Maar nu, nu wordt een zege weer behaald;
De werker vindt geluk en vreê bij vrinden!

ALGEMEEN KOOR
Te midden van de levensstormen
Rijst fier dus, nieuwe werkerskring,
Een prooi ontsnapt der zwarte wormen!
En gij, o machtig Gent, zing, zing!

SOLO
Laat bloemen sieren
En liedren zwieren,
Laat elk om ’t meest
Op ’t schoone feest
Zijn vreugd betoonen,
O, Gentsche zonen,
Vergaart u weer,
Een kring te meer
Zal hier verrijzen,
Men zal u prijzen
Om ’t edel wit,
Dat gij bezit!

ALGEMEEN SLOTKOOR
En dankend rijzen vreugdezangen
Van uit ons midden naar omhoog!
En moedig ’t werk weer aangevangen,
Met stalen wil en helder oog:
De domheid weer uit ’t veld geslagen,
De werker weer verzedelijkt!
Verbrijzeld dwepers’ valsche lagen,
En ’t onderwijs verheerelijkt!

Vind dit boek in de bibliotheek Gent