11 September [1914]. Op straat durf ik het [dagblad] niet te ontplooien (…) Dat ik het op zak heb, is voor mij het bewijs dat Gent niet is ingenomen.

Karel van de Woestijne (1914)

JOZEF DELEU ONTVANGT TAALPENNING 2023 VAN DE KANTL

Nieuws

De Taalpenning is een nieuwe prijs, elke twee jaar uitgereikt door KANTL, de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren. Met de Taalpenning erkent en bekroont de Academie een culturele persoonlijkheid, organisatie of een project voor de uitmuntende verdiensten inzake de uitstraling, beoefening en studie van de Nederlandse taal.

De eerste laureaat is Jozef Deleu (°1937), decennialang dichter en schrijver, cultuurcriticus, bloemlezer en oprichter-hoofdredacteur van de culturele tijdschriften Ons Erfdeel (1957- ; sinds 2020 voortgezet als: De lage landen) en Septentrion: revue de culture néerlandaise (1972- ), van het cultureel jaarboek De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas français (1976- ) en van The Low Countries. Sinds 2003 is hij samensteller van het zesmaandelijkse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn.

West-Vlaming Jozef Deleu publiceerde sinds 1963 woordkarige poëzie die onlosmakelijk verbonden is met leven en dood, met vergankelijkheid en de cyclische kracht van de natuur: Schaduwlopen, Nachtwerk (1970), Gezangen uit het achterland (1981), Tekenen van tijd (1984), De jager heeft een zoon (1995), Hoe het licht wandelt (selectie, 2002), Gras dat verder groeit (2005), Onbeschut (2009), Overboord (2012), Geluiden voor de laatste dag (2021), Het paard van mijn vader (2023), de overzichtsbundel Ondoorgrond: gedichten 1963-2019 (2019), en enkele bibliofiele uitgaven. De toon is vrijwel altijd donker melancholisch, de kern het menselijk tekort.

Hij verzamelde ook Moderne Zuidafrikaanse lyriek (1966), stelde bloemlezingen samen over huizen en paarden, en schreef enkele novellen en prozawerken: o.m. het soms apocalyptische De ontmoeting, 1962; De hazen aan de kim, 1985; Citoyen de la Frontière, 1988, over het grensgevoel en de grensbewoner in zichzelf. Een poëtische belijdenisroman kreeg de titel Brieven naar de overkant (1972).
In 1986 stelde Deleu samen met Anne Marie Musschoot een Vlaams leesboek samen met een selectie van het belangrijkste werk in poëzie, proza en essay dat sinds 1932 in Vlaanderen was verschenen. Deleu publiceerde ook cultureelpolitieke essays en nam duidelijke standpunten in als cultuurcriticus, bv. in Nederlander en Europeër: journaal van een ‘cultuurimperialist’ (1966), Frans-Vlaanderen (1968), De pleinvrees der kanunniken (1987), Een beetje Columbus zijn: een pleidooi voor schrijver, boek en lezer (1989), Verzwegen misverstanden: over onze onvoltooide emancipatie (1991), of de bundeling Hoe Vlaming te zijn?: zes teksten van August Vermeylen / Jozef Deleu (2017). Hij leverde ook een kritische bijdrage aan Het beroep van dichter: Vlaanderen en zijn letterenbeleid (1993). Met Mijn vaderland is de Nederlandse taal (1990) vatte hij de geschiedenis van de Vlaamse Beweging en zijn eigen standpunten daarover helder samen; hij was ook als redacteur verbonden aan de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.
In 2003 hield Jozef Deleu de twintigste Pacificatielezing: De Lage Landen ‘in de vaart der volken’. Deze jaarlijkse traditie in gedachtenwisselingen over het verleden en de toekomst van Vlaanderen en Nederland vindt afwisselend plaats in Gent en Breda en gaat terug op de Pacificatie van Gent (1576), een tijdsbaken inzake maatschappelijk-culturele verbondenheid.

Het werk van Jozef Deleu is vertaald in het Frans, het Duits en in enkele Slavische talen. In 2002 verscheen voor hem een hommagebundel met bijdragen van 45 dichters.

Met Het Liegend Konijn (titel naar een verhaal uit Paul van Ostaijens Diergaarde voor kinderen van nu) stichtte hij in 2003 een puur poëzietijdschrift, waarin twee keer per jaar enkel nieuwe ‘gedichten uit het nest geroofd’ werden gepubliceerd, zonder commentaren, besprekingen of interviews. Deleu selecteerde die hedendaagse Nederlandstalige gedichten telkens vanuit zijn persoonlijke bewogenheid, nieuwsgierigheid en verwondering.

Bij het grote publiek is Jozef Deleu vooral bekend als samensteller van Het groot verzenboek: gedichten over leven, liefde en dood (1976, herz. en uitgebr. druk 2021, bijna 100.000 ex. verkocht). Deze gedichtenbloemlezing houdt al 45 jaar lang de vinger aan de pols van de moderne Nederlandstalige poëzie, door geregeld een nieuwe, uitgebreidere en gewijzigde editie te publiceren. De gedichten staan gegroepeerd rond de belangrijkste thema's van het leven: verwachting en geboorte, kinderjaren en jeugd, liefde, samenleven, huwelijk, vriendschap, het ouderhuis, vragen die onbeantwoord blijven, eenzaamheid, ziekte en dood. Het groot verzenboek is daardoor veel meer dan een (ook chronologische) selectie van goede moderne poëzie in Vlaanderen en Nederland (beginnend bij Guido Gezelle en Herman Gorter), het dient ook als een handig instrument voor het opbouwen van leeservaring, voor bezinning en aandacht voor en het vieren van alle aspecten van het leven.

Hoeft het nog gezegd dat deze literaire duizendpoot, met bijzondere aandacht voor het literaire klimaat in de Lage Landen, voor een veelzijdige verbinding tussen literatuur en een breed publiek en voor ontwikkelingsruimte voor jong (en ouder) literair talent, een wellicht onschatbare uitstraling heeft gegeven aan de Nederlandse taal en poëzie? Zijn kracht ligt zowel in de focus op allerlei soorten kwetsbaarheid, het opkomen voor trouw en zelfrespect, beginwaarden van de Vlaamse Beweging, als in zijn verzet tegen de intellectuele onverschilligheid en de zelfvoldaanheid van de gemiddelde/bemiddelde Vlaming. Zijn thuis op de grens tussen Vlaanderen, Wallonië en Frans Vlaanderen tekent ook zijn perspectief om telkens over muurtjes en grenzen te kijken, om vanop afstand de maat te nemen van misstanden en culturele broeihaarden.

De allereerste Taalpenning werd luisterrijk aan Jozef Deleu overhandigd op zaterdag 13 mei in het Huis van Oombergen, waar de KANTL gevestigd is, aan de Koningstraat 18 in Gent. Zie ook op de KANTL-website:
kantl.be/nieuws/jozef-deleu-krijgt-eerste-taalpenning-van-de-kantl

Een impressie van de uitreiking is te vinden op GentLeest: gentleest.be/de-taalpenning-een-impressie

Jozef Deleu werd eerder veelvuldig gelauwerd met o.m. de Karakterprijs Visser-Neerlandia (1970), de Orde van de Vlaamse Leeuw (Gent, 1972), de Prix Descartes (Parijs, 1980), de G.H. ’s Gravesande-prijs van de Nederlandse Jan Campertstichting (1981), de Cultuurprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen (1989), de P.E.N.-prijs Vlaanderen (1991), de Taaluniepenning (1995), de Prijs van de Vlaamse Regering (2002), de Prijs voor Vlaams-Nederlandse Culturele Samenwerking (samen met Jeroen Brouwers, 2009), de Arkprijs van het Vrije Woord (2020) en hij werd eveneens Ere-senator van de Europese Beweging (1976), Doctor honoris causa van de UGent (1994), Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (1996), en in Frankrijk o.m. Chevalier de l’Ordre National du Mérite (2001) en Officier des Arts et Lettres (2003).

Filip Rogiers bundelde in 1993 zijn Monologen met Jozef Deleu en in 2001 verscheen een biografische schets over hem door Anne Marie Musschoot in de reeks VWS-cahiers (nr. 204, Brugge, 2001). Een uitgebreide referentielijst naar interviews door de tijd heen staat op de persoonlijke website van Deleu: jozefdeleu.be
Een uitgebreide bespreking van zijn literaire ontwikkeling en culturele gedachtengoed door Karel Osstyn is te vinden in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: dbnl.org

En wist u ook dat Deleu in 2010 een speciaal gelegenheidsgedicht schreef voor de bloemlezing Om Gent gedicht, een omgekeerd chronologische en internationale staalkaart van ca. 150 jaar ‘Gentse’ gedichten, samengesteld door Guido Lauwaert. Deleu’s gedicht “Gent” begint met: “weerbarstig / in verval / in opstand / en in overdaad / (...)”
Zie hiervoor: bibliotheek.be/catalogus/guido-lauwaert/om-gent-gedicht