kleine, niet te bedaren bruid met onder / je bed nog al je minnaars van vroeger / morsig feestvarken (...) / geschept uit de placenta van Leie en Schelde

Roel Richelieu van Londersele (2003)

Terug naar index

WILLE, RIET

(Gent, 09.04.1954 - )

Vlaams auteur van kinderboeken. Zij schreef onder meer een gedichtenreeks over het Prinsenhof en de Lieve en werkte de Gentse Kinderpoëzieroute uit.

Zij debuteerde in 1984 met kinderpoëzie Zuurtjes en zoetjes (met tekeningen van Tine Vercruysse). Verschillende andere boeken, in samenwerking met talrijke Vlaamse en Nederlandse illustratoren, volgden, hierna een selectie: het grappige boek Het uur bij Tuur (2012, ill. Frank Daenen), Troon zoekt kroon: sprookjes voor jonge lezers (2018, ill. Riske Lemmens), het peuterboek Van je ras, ras, ras twee voetjes in een plas (2019, ill. Ingrid Godon) en het prentenboek In de Rinkelwinkel (2019, ill. Richard Verschraagen).

Bekroningen bleven niet uit. Haar tweede bundel kinderversjes Raadsels te koop (1985, opnieuw geïllustreerd door Tine Vercruysse) werd bekroond met de Boekenleeuw in 1986 – dan voor het eerst uitgereikt – de jaarlijkse prijs voor de beste Nederlandstalige jeugdboeken van een Vlaamse auteur. Van aan tot zin in een zoen (2007, ill. Annemie Berebrouckx) kreeg een Boekenwelp in 2008.
Gedichten van Riet Wille zijn gekozen in spraakmakende bloemlezingen zoals Kom maar dichter: 200 gedichten voor kinderen, door Jan van Coillie (1990, ill. Joep Bertrams), De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten, door Gerrit Komrij (2007) en Een stukje van de regenboog: de mooiste kindergedichten van het afgelopen decennium, door Jan van Coillie (2020, ill. Sassafras de Bruyn).

Riet Wille en Gent

“Vlaanderens enige kinderpoëte”, zo werd Riet Wille door wijlen Freek Neirynck (1949-2019) in zijn hoedanigheid van interviewer voorgesteld in 1988 tijdens het populaire Gentse Feestenpraatprogramma het Artistiek Aperitief.
Enkele jaren eerder zorgde Riet Wille als kinderdichteres met haar eerste dichtbundels voor een frisse wind, samen met andere Vlaamse nieuwlichters van de kinder- en jeugdpoëzie: Armand van Assche met De zee is een orkest (1978), de Gentse Daniel Billiet met Bananeschillen in jeans (1986, ill. Gijs Mertens) en Geert de Kockere met Vingers in de jam (1989, ill. Sabine de Meyer).
Riet (geboren als Rita) Wille groeide op in een bloemistenfamilie in het landelijke Lochristi, vlakbij Gent. Daar ligt de oorsprong van haar liefde voor de natuur, wat zijn neerslag vond onder meer in Ik word een boterbloem (2015, geïllustreerd door de Gentse illustrator-auteur Kristien Aertssen) en in de door haar samengestelde bloemlezing Jij & ik en al het moois om ons heen (2018, ill. Martijn van der Linden).

Gaandeweg groeide ook haar interesse voor de ontwikkeling van taal en lezen bij kinderen. Zij studeerde logopedie in Gent en later ook nog neurolinguïstiek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Ze combineerde haar werk als logopediste in een Gentse school met haar literair werk. Dat bevat rijm-, klank- en taalplezier, raadsels, striptekenen, diverse kinderthema’s, interactie tussen voorlezer en luisteraar. Haar boeken kunnen zowel worden voorgelezen door volwassenen aan peuters en/of kleuters als gelezen door beginnende lezers in de eerste graad van de basisschool of kinderen met leesmoeilijkheden. In september 2014 werd zij voltijds schrijfster.

Ondertussen woonde zij al jarenlang met haar gezin in Gent, in de historische en gerenoveerde wijk Prinsenhof: eerst in de Tinnenpotstraat, daarna in Sanderswal.
Zij schreef een gedichtenreeks over het Prinsenhof, “pareltjes kinderpoëzie, geïllustreerd door kunstenares Anna Maria De Cock” voor de publicatie ’t Prinsenhof: een prinsheerlijke buurt (2005). Twee gedichten hieruit, “Treurwilgen op de Lievekaai” en “[de Lieve]”, zijn opgenomen in de bloemlezing Om Gent gedicht (2010), samengesteld door Guido Lauwaert.

In 2009 – negen jaar na de lancering van de Gentse Poëzieroute voor volwassenen en jongeren – werkte Riet Wille een Kinderpoëzieroute uit (zie bibliografie), in samenwerking met het Poëziecentrum en de toenmalige Dienst Kunsten (Cultuurparticipatie) van de stad Gent: tien locaties in de binnenstad met evenveel gedichten van haarzelf en andere kinderdichters. Leerlingen van het zesde leerjaar van het Instituut van Gent, begeleid door niemand minder dan Carll Cneut, illustrator jeugdboeken en docent illustratie in het KASK, maakten tekeningen voor de werkbundel.

Dankzij auteurslezingen in (Gentse) scholen en bibliotheken leerde Riet Wille kinderen en leerkrachten kinderboeken en -poëzie proeven en smaken. Zij werkte ook samen met illustratoren die geboren zijn in Gent of illustratie en/of grafische vormgeving gestudeerd hebben in het Sint-Lucasinstituut in Gent (opgenomen in LUCA School of Arts), onder meer in: Een boek met een jas (2007, ill. Ann Candaele), Dag dier (2005, ill. Wout Olaerts), Ik duik in mijn boek (2005, ill. Hugo Van Look).
Ten slotte leverde zij met haar sprookjesboek, in eenvoudig en helder Nederlands, Met de kleur van henna: sprookjes uit Bulgarije, Marokko en Turkije (2019, prachtig geïllustreerd door Arevik d’Or) en Van leeuw tot leeuwerik: met fabels van Aesopus (2020, ill. Ann De Bode) een belangrijke bijdrage tot het verbinden van diverse nationaliteiten en culturen in Gent.

[Joël Neyt]

Over Riet Wille: