kleine, niet te bedaren bruid met onder / je bed nog al je minnaars van vroeger / morsig feestvarken (...) / geschept uit de placenta van Leie en Schelde

Roel Richelieu van Londersele (2003)

Terug naar index

BAETSLÉ, DÉSIRÉ

(Evergem, 05.09.1828 - Gent, 18.10.1895)

Handelaar, schrijver en vertaler. Beroepshalve was hij tabaksfabrikant en -handelaar.Hij werkte samen met zijn gelijknamige neef Désiré Baetslé.
Van in zijn jeugd was hij een hartstochtelijk beoefenaar van de Vlaamse letteren. In het katholiek opinie- en informatieblad Het Fondsenblad (1870-1914) publiceerde hij als feuilleton reisverhalen uit de Ardennen, Duitsland, Engeland en Zwitserland.
Bekend en vertrouwd met de Engelse literatuur vertaalde hij een groot aantal novellen en romans die verschenen in verschillende tijdschriften, o.m. in Noord en Zuid en in De Vlaamsche School (1855-1901). Achteraf werden die afzonderlijk uitgegeven, bijvoorbeeld De kinderen uit het nieuwe Woud (1869). Hij gaf eveneens een wetenschappelijke verhandeling uit: *De algemeene aard der volksziekten en hunnen betrekking* tot de luchtstreek en de beschaving (1867).
Ook uit het Frans vertaalde hij een aantal boekjes, bv. Onze insekten (1883) en Onze huisdieren (1884).
Zijn leven lang wijdde hij al zijn vrije tijd aan het beoefenen van de letterkunde.
In Gent woonde hij in de Belgradostraat.

[Daniël van Ryssel]

Over D. Baetslé:

  • F[rans] de Potter: Leven en werken der Zuidnederlandsche schrijvers (1900), eerste afl., p. 40-41
  • Van Ryssel, Daniël: Nog 55 vergeten Gentse schrijvers, 2008. [= basis van dit lemma ]