een plein in de stad waar de liefde je loutert, / een liefde die geen blad voor de mond neemt, / een mond die zich aanbiedt, een kus op de Kouter.

Lut de Block (2002)

Terug naar index

BAUDELAIRE, CHARLES

(Parijs, 09.04.1821 - Parijs, 31.08.1867)

Frans criticus, dichter en prozaïst die, vooral voor zijn Les fleurs du mal (1857) en voor Paradis artificiels : opium et haschisch (1860) geroemd werd als de eerste moderne dichter. Wegens zijn ongeregeld bestaan werd hij door zijn familie en zijn tijdgenoten verstoten. Karakterieel was hij een getekend man. Na een rebelse jeugd en moeilijkheden met zijn stiefvader – generaal in het Franse leger – werd hij als adolescent onder gerechtelijke curatele gesteld omdat hij, als een dandy in het milieu van de Parijse bohème, zijn fortuin had verkwist. Jaren voor zijn Franse tijdgenoten ontdekte hij de muziek van Richard Wagner en de literatuur van Adgar Allan Poe (wiens werk hij vertaalde). In zijn proza was hij een voortreffelijk criticus, als dichter werd hij vrij laat gewaardeerd.

Ch. Baudelaire en Gent

Ontmoedigd door de negatieve kritiek op zijn Les fleurs du mal (wegens “immoreel”) en op de vlucht voor zijn schuldeisers, verliet hij Frankrijk in april 1864 en trok hij naar Brussel. Uit brieven (o.m. aan zijn moeder, “Madame Aupick”, met wie hij zich had verzoend) blijkt dat hij het voornemen had, een aantal voordrachten te geven in Belgische steden als Brussel, Antwerpen, Brugge, Luik en Gent (zie daarover zijn Correspondance). Na twee voordrachten voor lege zalen liet hij het contract voor de volgende toespraken schorsen.
Terwijl zijn gestel stilaan werd ondermijnd door syfilis, nam hij zich voor, een boek te schrijven over België, onder de titel Pauvre Belgique. Daarvoor zou hij een aantal excursies doorheen het land ondernemen. Het boek bleef onafgewerkt. De gehele originele notities verschenen pas in 1952, in deel III van de Œuvres posthumes (onderdeel van de Œuvres complètes de Charles Baudelaire).

Pauvre Belgique is een wrang pamflet, vol minachting, schimp- en scheldpartijen over de Belgen (“het stomste volk ter wereld”), de zeden en gewoonten, de Franse taal in dit land, de politiek, de architectuur, de “zwijnerij”en ga maar door. Het is zo heftig dat het vermakelijk wordt.

Ook Gent kon hem maar weinig bekoren, getuige zijn notities: “Saint-Bavon. Population sauvage. Vieille ville de mandants en révolte, fait un peu de bande à part, et prend de petits airs de capitale. Triste ville”.

[Nicole Verschoore]

Over Ch. Baudelaire:

  • Jean-Paul Sartre: Baudelaire (1947). In het Nederlands vertaald als Baudelaire (1999)
  • Charles Baudelaire: Correspondance. II : mars 1860 - mars 1866 (1973)
  • Charles Baudelaire: Arm België (1975). Nederlandse vertaling van de notities met een nawoord over Baudelaire in België
  • Claude Pichois en Jean Ziegler: Baudelaire (1987). In het Nederlands vertaald als Baudelaire : een biografie (1992)
  • Luc Ducaunes: Baudelaire (2001). In het Frans