Men hore [Anseele] in zijn eigen taal, zijn Gents dialect, de zo soepele, kernachtige spraak, ruig en ruw, zo geestig ondeugend en slecht gemanierd, een beetje canaljeus zelfs

Paul Kenis (1930)

Terug naar index

DEREK

(Oudenaarde, 24.08.1960 - )

Pseudoniem van Dirk Dhaenens. Gentse rockmuzikant en chansonnier, dichter en verhalenschrijver. Gentse sporen zowel in liedjesteksten als in De boswachter van Oostende (2023).

Hoewel Dirk Dhaenens opgroeide in Gavere, bleef hij daarna enkele decennia in de Gentse regio hangen. Hij volgde middelbaar onderwijs in het Don Boscocollege in Zwijnaarde en werd vertaler aan het PIHO (Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs, later campus Mercator van Hogeschool Gent) aan de Henleykaai.

Hij gaf zich volledig over aan de muziek met Gent als uitvalsbasis. De Gentse muzikale zwerver en duizendpoot is een vaste waarde op de Gentse muziekscene. Zijn meertaligheid in songs opende diverse repertoires.
Met Derek & the Dirt (1989-1993 & 2017-2022) bracht hij vier Engelstalige albums uit vol stomende rock ‘n roll en powerballads, en daarmee tourde hij internationaal. Ondertussen ontwikkelde hij met het duo Derek & Vis (Yves Meersschaert), en vanaf 2002 als solozanger-gitarist, een uitgebreid Frans repertoire. Hij was ook lid van het Gentse muzikantencollectief Het Gespuis, met onder meer Lieven Tavernier [zie aldaar], met wie hij in 2003 een album opnam voor Radio 1.

Vanaf 2008 werd hij vooral bekend als inspirator van Place Musette (Beverhoutplein) op de Gentse Feesten, waar hij muziek koppelde aan schilderkunst en zelf optrad met Les Amis de Derek. Nieuwe projecten volgden: met violiste en zangeres Maria begaf Derek zich in 2011 op het pad van de Nederlandstalige kleinkunst, met accordeonist Rony Verbiest en later met Stevo (mondharmonicaspeler Steven de Bruyn) bespeelde hij de ritmische jazz. Met Bruno Deneckere en Nils de Caster bracht hij vanaf 1991 dan weer Bob Dylan-hommages, gegroeid vanuit een herdenkingsavond in de legendarische Gentse muzikantenkroeg Caruso (vanaf eind 2006 door Luk Alloo herdoopt tot Paganini, naar de Ex-romans van Herman Brusselmans) in de Sint-Pietersnieuwstraat.
Met “Boon appetit” in het Hof Van Ryhove nam hij deel aan de Gentse hommage “Louis Paul Boon 100” tijdens de Gentse Feesten in 2012; dat initiatief van het Masereelfonds kreeg de titel “Boontje komt om zijn loontje”. Gitarist Derek zette toen enkele pamflettaire teksten van Boontje op muziek, en zong die met begeleiding door Guido Schiffer (violist) en Ben Brunin (contrabassist).

Met "De Dichters" zette Derek nationale en internationale poëzie op muziek, onder meer van poètes maudits Jotie T’Hooft, Arthur Rimbaud en Paul Verlaine, en maakte programma’s rond Allen Ginsberg (Beat generation) en Charles Bukowski, samen met Herman Brusselmans [zie aldaar]. Vele optredens in Gent, van de hoedenwinkel A Ce Soir en Bij de Vieze Gasten tot het groot Podium bij Sint-Jacobs in de Gentse Feesten, en ver daarbuiten. Tegenwoordig woont hij in Oostende.

Gentse teksten

Dereks Nederlandstalige songs vinden soms hun inspiratie in zijn jonge jaren of in anekdotes uit zijn Gentse periode: die gaan zowel over zijn lief in de Notarisstraat (op het album Het wonder is volbracht) als over de Gentse “kabberdoezen” (prostitutiehuizen).
Vanaf de eeuwwisseling verschenen Dereks eerste verhalen- en gedichtenbundels: Blij met een beetje zon (2000) en vijf jaar later een luxueus en geïllustreerd boekje 16, ter gelegenheid van 16 jaar Derek. In 2023 leverde hij met De boswachter van Oostende zijn derde boek af, dat de basis vormde voor een nieuwe reeks lees-en muziekconcerten.

In De boswachter van Oostende vertelt Derek zijn verhalen opnieuw bijna in dichtvorm. Daar zit de weemoed van de rockartiest zeker voor iets tussen. De techniek doet denken aan de gedichten van Charles Bukowski, een Amerikaanse schrijver die in De boswachter... meer dan eens aan bod komt. Net zoals Bob Dylan. Naast Patti Smith, Herman Brood, Thé Lau, Allen Ginsberg en de Gentse dichter Coenraad de Waele. Op 9 maart 1994, de dag waarop Bukowski overleed aan de Westkust in San Pedro, bevond Derek zich aan de Oostkust in New York. En kocht hij samen met zijn lief hun trouwringen. Dylan leidde de zanger en dichter binnen in de wereld van de rock-‘n-roll.
De verhalen en gedichten van Derek zijn onverbloemd autobiografisch. We komen heel wat over het ik-personage te weten. Dat hij in Gent op de hoek van de Doornsteeg en de Pieter de Keyserestraat woonde. Daarna vijftien jaar in Hansbeke en ten slotte in Oostende: "Ik kom houden van de zee/En de taal van haar geruis."

Net als bij Charles Bukowski vormen herinneringen aan de kindertijd en een onderliggende weemoed een belangrijk thema. Heel vaak komt de vroege dood van zijn vader terug. Het jongetje is dan maar acht jaar oud. "Geen dag ging voorbij/Zonder dat hij in mijn gedachten kwam." Andere herinneringen gaan over de opgehangen, gestroopte konijnen van Meet. Haar tuin met de “dzjoezemienen” of seringen. De kiezerslijst als het populairste boek in huis.
De boswachter van Oostende grossiert in gevarieerde herhalingen, in prozaïsche poëzie, elk hoofdstuk ingeleid door een citaat, van William Blake tot de Gentse Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck. Het boek bevat heel wat verwijzingen naar Gent: het jongetje dat aan de hand van zijn oom naar het Ottenstadion trekt, waar voetbalclub La Gantoise speelt; een tijdelijke job in een kaderfabriek, de terrassen van de Vrijdagmarkt, de studentenbuurt aan de Sint-Kwintensberg, de Lange Munt, en vanzelfsprekend het Beverhoutplein van zijn geliefde Place Musette. Met ook anekdotes over boekhandel De Slegte en platenwinkel Music Man in de Bagattenstraat, en over een boek van Frank de tienkamper (Frank de Cloet) [zie aldaar]. Ook Walter de Buck, filosoof Etienne Vermeersch, actrice Jenny Tanghe en zelfs de Gentse flikken passeren de revue.

[Frank de Cloet - Johan de Vos]

Over Derek: