De stad was vol vreuchden in alder manieren / Men sach de straten behanghen, de husen versieren, / (...) / De straten laghen vol groote vieren

Lieven Bautken (1500)

Terug naar index

FÖRSTER, ERNST JOACHIM

(Münchengosserstädst/Bad Sulza, Thüringen, Duitsland, 08.04.1800 - München, 29.04.1885)

Duitse schilder, kunsthistoricus, schrijver en dichter. Förster schreef een uitgebreid reisverhaal over zijn bezoek aan België en Gent in 1864.

Na studies theologie en filosofie in Jena en Berlijn wijdde Ernst Joachim Förster zich volledig aan de schilderkunst. Als jongeman volgde hij in 1818-1819 colleges bij Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) en voerde hij gesprekken met Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) [zie aldaar], met wie zijn oudere broer Friedrich (1793-1868) bevriend was. In navolging van Goethe verbond hij wetenschap met kunst en wees hij op harmonie en proportie en bijgevolg op de wet van maat en getal.
Als leerling van de Nazarener schilder Peter von Cornelius (1783-1867) werkte Förster mee aan een aantal grote fresco’s in München en Bonn. Een opdracht van kroonprins Maximiliaan van Beieren om in Italië tekeningen te maken naar oude meesters bracht hem tot het onderzoek Bijdragen tot de moderne kunstgeschiedenis, waarop hij aan de universiteit van Tübingen promoveerde. Hij schreef daarna nog een groot aantal kunsthistorische studies, hoofdzakelijk over de schilderkunst van zijn tijd.
Maar hij gaf ook het werk uit van zijn overleden schoonvader, de satirische schrijver Jean-Paul (pseudoniem van Johann Paul Friedrich Richter, 1763-1825), kort nadat hij met diens dochter Emma gehuwd was.
Ook de stijl van zijn reisgidsen (over Duitsland, Italië en België) voegde iets toe aan de toenmalige zogenaamde grand tourgidsen, met zijn thematisch-alfabetische indeling en de aandacht voor literatuur, bibliotheken en nog levende schrijvers en wetenschappers. Ook ijverde hij in zijn vooruitgangsgeloof voor culturele contacten en een humanistische dialoog met de lokale bevolking.

Ernst Joachim Förster en Gent

In 1864 maakte Förster een rondreis door onze contreien. Zijn uitgebreide reisverhaal werd gepubliceerd onder de titel Reise durch Belgien nach Paris und Burgund (1865). Hij bezocht Luik, Antwerpen, Lier, Sint-Niklaas, Brussel, Gent en Brugge. Daarna ging de reis verder naar Douai (vroeger deel van de Nederlanden, Dowaai) en Parijs. Hij had interesse voor middeleeuwse kunst, vooral voor de toen herontdekte muurschilderkunst. Hij had ook oog voor contemporaine kunst en liet zich geregeld rondleiden door eminente collega’s.

Förster kwam op 21 juni 1864 aan in Gent. “Het is hier veel stiller dan in Antwerpen en het ziet er veel ouderwetser uit.” Vooral de Gentse straten noemde hij ronduit primitief, “auf welchem hin und her zu gehen gelegentlich als Torturmittel angewendet werden könnte” (straten geschikt als martelwerktuig). Bij zijn bezoek aan Gent werd hij vergezeld door kunstschilder en directeur van de Gentse Academie voor Schone Kunsten, Théodore-Joseph Canneel (1817–1892).
Förster bezoekt de Sint-Baafskathedraal, het atelier van graveur Charles Onghena (1806-1886) en de kerk van het Heilig Kerst in de Slijpstraat (nu: Sleepstraat), waar hij de muurschilderingen van Canneel bewondert: “Canneel heeft een vrije, vaste tekening, gevoel voor schoonheid en grootte van de personages en neigt ertoe zijn figuren van de grond te tillen, niet door kleurgebruik maar door licht, waardoor hij het doel van de muurschilderingkunst beter benadert, namelijk de zwaarte van de muurmassa op te heffen, d.w.z. ze minder voelbaar te maken.”
Helemaal wild wordt Förster van de Sint-Baafsabdij in de middagzon met haar “volledig schilderachtige effect”. Als een op-en-top romanticus schrijft hij lyrisch over de ruïne: “Hoe dikwijls heb ik mij Goethes ‘Wandelaar’ (uit Wilhelm Meisters Wanderjahre, 1821) herinnerd in de ruïnes van de Romeinse keizerlijke paleizen, omringd door rozen, of tussen de muren van oude thermen, bekroond door mirtestruiken en bedekt met bloemen in alle kleuren, die zich verheugt in het eeuwige recht van de natuur naast het vergankelijke werk van de mens!”
Förster geeft ook gouden raad aan zijn lezers: “Deze ruïnes zijn nog weinig bekend bij reizigers. Maar wie ze bezoekt, zal het zeker met me eens zijn: mis ze niet!”
Daarna bezoekt hij nog het Groot Sint-Elisabethbegijnhof (in Sint-Amandsberg) en dineert ten huize Canneel. De volgende dag neemt deze laatste Ernst Förster mee naar het Groot Vleeshuis aan de Groentemarkt. In 1855 werd daar een grote muurschildering ontdekt. Förster is enthousiast: “Een heel waardevolle ontdekking, bewijs dat de monumentale schilderkunst in België zelfs in de 15de eeuw bloeide.”
Met een bezoek aan de Bijloke eindigde zijn kennismaking met de stad Gent.

[Harko Vande Loock]

Over Ernst Joachim Förster:

  • Ernst Förster: Reise durch Belgien nach Paris und Burgund (T.D. Weigel, Leipzig, 1865), p. 63-81, zie gallica.bnf.fr
  • M. Will: Kein ‘stubengelehrter Tintenfisch’ – Ernst Förster (1800–1885): Schwiegersohn, Herausgeber und Porträtzeichner Jean Pauls, in: H. Pfotenhauer (red.): Jahrbuch der Jean-Paul-Gesellschaft (Stuttgart, 2004)
  • Harko Vande Loock: Gent door de ogen van kunstschilder Ernst Förster (1864), in: Ghendtsche Tydinghen, jg 52 (2023), nr. 4-5, p. 293-302
  • Ernst Joachim Förster in Wikipedia: nl.wikipedia.org/wiki/Ernst_Joachim_Forster
  • Werken door Ernst Joachim Förster in de BnF (Bibliothèque nationale de France): data.bnf.fr/fr/13622718/ernst_forster en in de Universiteitsbibliotheek Gent: lib.ugent.be/en/catalog