Uw Kapitool, helaas! eene onvoltooide kroon, / Uw Belfroot, met den draak der kruisvaart overkronkeld, / En Bavo’s tempel, als zijn kunstjuweelen schoon.

Prudens van Duyse (1859)

Terug naar index

OOSTERLINCK, FRIEDA

(Gent, 1949-1957)

Collectief pseudoniem van drie dichters: Hubert Ascoop (Frank Meyland), Adriaan Magerman en Albert de Swaef [zie ook aldaar].
In 1949 namen ze onder die collectieve naam deel aan de poëziewedstrijd van de Poëziedagen te Merendree en wonnen nog ook. “Du bist der Gast, der weiter geht” van debutante Frieda Oosterlinck werd door de jury geprezen als “diepe vrouwelijke poëzie” en bekroond met de Basiel de Craeneprijs 1949. De uitgestelde prijsuitreiking in 1951 ging door zonder de laureate, die toen “in Congo verbleef”.
Haar eerste bundel, Het bittere kruid, werd eveneens in 1951 uitgegeven bij het Erasmusgenootschap in Gent. Pas in 1957 werd duidelijk dat achter Frieda Oosterlinck een collectief van dichters schuilging, die de jury bij de neus namen.

[Frans Heymans]

Over Frieda Oosterlinck

  • Frank Meyland: De Vlaamse poëziedagen (1977, reeks: Oostvlaamse literaire monografieën, overdrukken; 2), p. 31
  • Eddy Vaernewijck: Van Bachte-Maria-Leerne tot Deurle: een geschiedenis van de Vlaamse Poeziedagen (1985, licentiaatsverhandeling RUG), dl. 1, p. 58