Mijn gezant vermoordden ze, mijn kasteel verbrandden ze / (...) God sta bij de heer die 't als lot beschoren kreeg / te tuchtigen zulk een bende.

Frans Gunnar Bengtsson (1950)

Terug naar index

SLOCK, LODEWIJK

(Gent, 1858 - Gent, 1940)

Bediende, toneelauteur.
Geboren in de Gentse Kerkstraat woonde hij achtereenvolgens in de Palinghuizen, het Spiegelhof, de Bijlokevest, de Rooigemlaan, de Haspelstraat en de Ooievaarstraat.
Hij schreef o.m. de drama’s’t Onsterfelijke (1906) en Koeken-Trien (1922), de toneelspelen Betere tijden (1901), Andere wegen (1902), Liefdezang (1908), Schipbreukelingen (1912) en de komedie De levenden en de dooden (1902).
Hij bracht sociale problemen op de planken, maar vergat of verwaarloosde te vaak de actie. Zelfs de scherpste conficten probeerde hij door redenering op te lossen zodat zijn werk door traagheid of sloomheid gekenmerkt werd.

[Daniël van Ryssel]

Over Lodewijk Slock:

• Maurits Sabbe, Lode Monteyne en Hendrik Coopman: Het Vlaemsch tooneel, inzonderheid in de 19de eeuw (1927), p. 344
• Daniël van Ryssel: Jan Lodewijk Slock, in: 55 vergeten Gentse schrijvers (2008), bijdrage, ook bedoeld voor internet www.gentblogt.be; daar te zoeken onder Vergeten schrijvers”