Men hore [Anseele] in zijn eigen taal, zijn Gents dialect, de zo soepele, kernachtige spraak, ruig en ruw, zo geestig ondeugend en slecht gemanierd, een beetje canaljeus zelfs

Paul Kenis (1930)

Terug naar index

VAN DER WILLIGEN, ADRIAAN

(Rotterdam, 12.05.1766 - Haarlem, 17.01.1841)

Nederlandse soldaat, politicus, theatercriticus, kunstminnaar en reiziger. Auteur van pamfletten, toneelstukken en een kunstgeschiedenis. Hij bezocht Gent in 1792, 1820 en 1827 en liet hierover reisnotities na.

Als zoon van de Rotterdamse handelaar Volkert van der Willigen, afkomstig uit een Antwerpse familie, en van Wilhelmina van Heerenveen, uit een bemiddelde Haarlemse ondernemersfamilie, genoot Adriaan een vrije opvoeding in Haarlem. Na het vroegtijdig overlijden van zijn moeder beleefde hij een streng protestants gereformeerde jeugd bij zijn autoritaire vader in Rotterdam. Om daaraan te ontsnappen ging hij in 1785 in het leger en werd vaandrig.

Tijdens conflicten tussen orangisten en patriotten in ‘s-Hertogenbosch in 1787 maakte hij kennis met de patriotten. Deze groep Nederlanders wilde het heersende regentschapssysteem in de Republiek der Verenigde Nederlanden afschaffen.
Hij verliet het leger, woonde vanaf 1789 in Oss en verhuisde drie jaar later naar Tilburg, een wijkplaats voor de patriotten. Van der Willigen stichtte er een toneelgezelschap en publiceerde er het pamflettair theaterstuk De Recommandatiebrieven (1800), naast nog andere stukken die het publiek een morele spiegel voorhielden.

In 1795 werd hij verkozen tot schepen, enige maanden later tot ‘drossaard’ [Nederlands bestuursambtenaar] van Tilburg-Goirle. Als een zeer progressieve afgevaardigde voor de vorming van de Nationale Vergadering in Den Haag bereikte hij dat de joden decretaal dezelfde rechten kregen als alle burgers.
Hoewel hij bevriend bleef met zijn stadsgenoot en Nederlands bewindvoerder Pieter Vreede, diende hij begin 1802 zijn politiek ontslag in en bevredigde hij voortaan zijn reislust. Hij woonde enkele jaren in Parijs en reisde door Frankrijk, Duitsland en Italië.

In 1805 vestigde hij zich weer in Haarlem en richtte zich jarenlang op toneel, schilderkunst en moderne economische ontwikkelingen. Zijn toneelstuk voor één acteur, De oude verliefde dichter alleen (1814) werd door toneelspeler Theodorus Majofski tot diens dood in 1836 opgevoerd. Vanaf 1816 publiceerde hij met Roeland van Eynden drie delen Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst sedert de helft der XVIIIe Eeuw.

Vanaf 1820 reisde hij opnieuw door de Verenigde Nederlanden en Engeland en beschreef nog uitgebreider en nauwgezetter locaties, kunsten, politiek-maatschappelijke ontwikkelingen, openbaar vervoer en grenscontroles.
In 1823 was Adriaan van der Willigen ook lid van de zogenaamde Costercommissie, een initiatief van de stad Haarlem om Laurens Janszoon Coster (1370-1440) te vieren. Coster vond “volgens een eeuwenoude Haarlemse overlevering” daar in 1423 de boekdrukkunst uit en is nu vooral nog bekend van het project Laurens Jz. Coster (LJC), de grootste bibliotheek met elektronische edities van klassieke Nederlandstalige literatuur.

Adriaan van der Willigen en Gent

Als zesentwintigjarige bezocht Adriaan van der Willigen in de zomer van 1792 België voor het eerst. Hij deed Antwerpen, Gent, Brussel, Namen, Luik, Chaudfontaine, Spa, Sint-Truiden, Leuven en Mechelen aan. Hij vertoefde daarbij in het gezelschap van zijn huisgenoot Sigismond Benay, een gepensioneerde Zwitserse officier.
In de Luikse regio ontmoette hij baron Erasme Louis Surlet de Chokier (1769-1839), die na de omwenteling van 1830 regent van België zou worden.
In Gent trok vooral de fraaie Sint-Pietersabdij met bibliotheek zijn aandacht.

Hij bezocht Antwerpen en Brussel nog enkele keren. In oktober 1792 tijdens een politieke verkenning van de Oostenrijkse Nederlanden, waar een verovering door de Fransen op til stond. Als overtuigde patriot vierde hij met de Franse bezetting van Brussel uitbundig de revolutionaire geest en de omverwerping van het oude politieke systeem.
En enkele decennia later om zijn passie voor de schilderkunst te bevredigen. Sinds 1807 was hij immers lid van het Haarlemsche Teekencollege en het Zaterdagsche Kunstgezelschap en vanaf 1817 ook in Antwerpen ‘agrégé’ (met lesbevoegdheid) van het Museum voor Schone Kunsten.

In augustus 1820 bezocht Adriaan van der Willigen Gent nogmaals, specifiek om een “grote tentoonstelling van nationale nijverheid” te bezoeken in het stadhuis.
Die expo moest het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, onder het bewind van Willem I, opstuwen in de ontwikkeling van industrie, nijverheid en landbouw. Vooral een gipsmodel voor het standbeeld van de graaf van Egmond en schilderijen die prins Maurits of Willem van Oranje voorstelden, vrouwenportretten, bloemen- en landschapsschilders kregen zijn aandacht.
Ook de stad Gent was sinds zijn eerdere bezoeken flink verfraaid: “Alles was tot dankbare vrolijkheid gestemd. (…) Op sommige plaatsen was het kermis.” Alleen de invloed van geestelijken en de erfelijke adelstand vond hij nog bijzonder kwalijk.

Omstreeks 1827 bereisde Adriaan van der Willigen opnieuw de Belgische steden en schreef een nog uitgebreider reisverslag, dat vooral positief klonk over de opkomende Waalse staal- en textielindustrie en opnieuw negatief over de religieuze inmenging in staatszaken.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over Adriaan van der Willigen:

  • Lia van der Heijden: Adriaan van der Willigen: literator en patriot, in: P. Timmermans (red.): Brabantse biografieën: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders, dl. 5 (1999); ook opgenomen in: Brabants erfgoed (website), zie https://www.brabantserfgoed.nl/personen/w/willigen-adriaan-van-der
  • A.A. Mietes: Inventaris van het archief van Adriaan van der Willigen [levensjaren 1766-1841], 1797-1836 (Den Haag, Nationaal Archief, 2004, inventarisnummer 2.21.328), zie https://docplayer.nl/5828590-Inventaris-van-het-archief-van-adriaan-van-der-willigen-levensjaren-1766-1841-1797-1836.html
  • Lia van der Heijden & Jan Sanders: De levensloop van Adriaan van der Willigen (1766-1841): een autobiografie uit een tijdperk van overgang (2010)
  • Jan G.M. Sanders: Revolutionair in Brabant, royalist in Holland: Adriaan van der Willigen als toerist in België tussen 17925 en 1827 ( 2011)
  • Remieg Aerts en Gita Deneckere (red.): Het (on)Verenigd Koninkrijk 1815-1830-2015: een politiek experiment in de Lage Landen (2015), zie p. 97 & 100